Een recent artikel uit de New York Times noemde het drijvende files: enorme containerschepen die in de rij staan om de haven binnen te varen[1]. Ze zijn een uiting van de onevenwichtigheden tussen vraag en aanbod als gevolg van de COVID-19-pandemie.

Inflatie analyseren en voorspellen is een complexe materie. Eerst moeten de details van de essentie worden onderscheiden. Eenmalige factoren – zoals het verlengen van de koopjesperiode – en basiseffecten – zoals een tijdelijke btw-verlaging in Duitsland vorig jaar – bemoeilijken de interpretatie. De dynamiek op korte termijn kan heel anders zijn dan trends op langere termijn. Aankoopmanagers in de eurozone en de VS rapporteerden de voorbije maanden een forse stijging van de inputprijzen en langere leveringsachterstanden. Bijna onvermijdelijk veroorzaakt de disruptieve impact van de pandemie op vraag en aanbod een onevenwicht wanneer de vraag zich herstelt en het aanbod moeilijk kan volgen. Het tekort aan halfgeleiders is hier een voorbeeld van. De reactie van de aanbodzijde op de pandemie is in de VS duidelijk een probleem. De Federal Reserve Bank van Atlanta analyseerde onlangs de snelle, aanzienlijke toename van de verwachte bedrijfsinflatie in haar district. Meer dan 50 procent van de ondervraagde bedrijven rapporteert vertraagde leveringen terwijl de onzekere beschikbaarheid van werknemers door de pandemie op de productiecapaciteit weegt. “Bedrijven die de grootste verstoring ervaren, zijn doorgaans bedrijven met de hoogste verwachting van toekomstige inflatie.”[2] Het valt nog af te wachten of dit bedrijven zal overtuigen om hun prijzen te verhogen. Dat hangt onder meer af van de concurrentiedruk, de prijselasticiteit van de vraag en de groei van de vraag. In de VS zal die laatste een duwtje in de rug krijgen door het Amerikaanse reddingsplan ter waarde van 1,9 biljoen USD. In dit verband merken de onderzoekers van de Atlanta Fed fijntjes op dat hun verklaring voor de stijgende inflatieverwachtingen “de speculatie tempert dat de potentiële inflatoire impact van de recente fiscale stimuli op de vraag aan de basis zou liggen van de hogere inflatieverwachtingen voor het komende jaar.” Anders gezegd: als de fiscale stimulans de inflatieverwachtingen zou doen toenemen, moet dit nog steeds uit de gegevens blijken.

Fed-voorzitter Powell heeft erkend dat er bottlenecks kunnen zijn, maar voegde eraan toe dat de stijging van de inflatie relatief bescheiden en van voorbijgaande aard zou moeten zijn omdat de aanbodzijde zeer dynamisch is. “Mensen starten bedrijven, ze heropenen restaurants, de luchtvaartmaatschappijen zullen weer vliegen, al die dingen zullen gebeuren. Het zal dus een eenmalige soort opstoot van de prijzen blijken, maar het zal de inflatie in de toekomst niet veranderen. Omdat de inflatieverwachtingen sterk verankerd zijn rond de 2 procent.”[3] Tot de pandemie schommelde de verwachte verandering op langere termijn van de eenheidskosten per jaar – een factor die het prijszettingsgedrag van bedrijven beïnvloedt – binnen een nauwe marge van ongeveer 40 basispunten. Ook de inflatieverwachtingen van de consument over vijf jaar – die de looneisen zouden kunnen beïnvloeden – en de inflatieverwachtingen over tien jaar van professionele voorspellers – een maatstaf voor de geloofwaardigheid van de centrale bank – vertonen een zeer beperkte cyclische amplitude. Er is enige correlatie tussen de recent waargenomen inflatie en inflatieverwachtingen – wat op extrapolerend gedrag wijst – maar de overdracht van de eerste naar de laatste is gering. Niettegenstaande deze vaststellingen zal de tweede helft van het jaar erg zenuwslopend zijn omdat de Amerikaanse inflatiecijfers dan worden vrijgegeven in een economie die, dankzij een zeer succesvolle vaccinatiecampagne, een soepel monetair beleid en massale fiscale stimuli, haar outputkloof snel zou moeten kunnen dichten.

Chart 1 Edito 21.12 ENChart 2 Edito 21.12 EN

[1]I’ve never seen anything like this’: chaos strikes global shipping, New York Times, 6 maart 2021.

[2] Inflation Expectations Reflect Concerns over Supply Disruptions, Crimped Capacity, Federal Reserve Bank van Atlanta, 22 maart 2021.

[3] Bron: Federal Reserve, persconferentie van Jerome Powell, 17 maart 2021.