In een recente enquête uitten de financiële directeurs van Amerikaanse bedrijven hun bezorgdheid over de vooruitzichten voor de Amerikaanse economie. 20,8% van de respondenten verwacht dat het bbp in de komende vier kwartalen zal krimpen.[1] De deelnemers aan de financiële markten hebben ook last van nervositeit en denken in de richting van ‘goed nieuws kan zelfs slecht nieuws zijn’. Het laatste arbeidsmarktrapport kwam verrassend sterk uit de hoek, wat leidde tot een sprong in de obligatierendementen, een versterking van de dollar en een daling van de futures op de aandelenmarkt (grafiek 1). Deze reacties weerspiegelen de verwachting dat de Federal Reserve mogelijk meer zal moeten verkrappen dan eerder verwacht werd. In zo’n scenario reflecteert de reactie van de aandelen de impact van hogere risicovrije rentes, maar ook de ongerustheid over de implicaties van agressievere renteverhogingen op het vlak van recessierisico en winstgroeivooruitzichten.

 

Misschien wordt de huidige sterkte van de Amerikaanse economie overschat. De nowcast van de Atlanta Fed voor het bpp van het tweede kwartaal toont een geannualiseerde negatieve groei van -1,9% ten opzichte van het vorige kwartaal. Tijdens het kwartaal heeft de daling van de ISM-index voor de verwerkende industrie een belangrijke rol gespeeld bij de verklaring voor de terugval in de nowcast (grafiek 2).[2] Om de signaalkwaliteit van een nowcast te kunnen beoordelen, moet er worden gekeken naar de prognosefouten. Grafiek 3 laat zien dat tot het bbp-cijfer voor het vierde kwartaal van 2019 de prognosefouten binnen een eerder smal bereik fluctueerden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit veranderde met de COVID-19-pandemie die leidde tot belangrijke schommelingen in de activiteit en tot grote prognosefouten.[3] Gezien de laatste nowcast zou een zeer grote prognosefout nodig zijn om de groei positief te maken. Aangezien de groei in het eerste kwartaal negatief was (-1,6%), zou een vergelijkbaar resultaat voor het tweede kwartaal impliceren dat voldaan is aan de voorwaarde van de ‘populaire’ definitie van een recessie, namelijk twee opeenvolgende kwartalen van negatieve kwartaalgroei van het reële bbp.

 

Het Business Cycle Dating Committee van het NBER (National Bureau of Economic Research), dat de pieken en dalen in de economische activiteit bepaalt, onderzoekt evenwel een reeks variabelen die maandelijks beschikbaar zijn, in plaats van uitsluitend te kijken naar het bbp, waarvoor elk kwartaal gegevens worden gepubliceerd. Daarnaast besteedt het ook aandacht aan de diepte van de terugval van de economische activiteit. Om te kunnen spreken van een recessie moet de daling aanzienlijk zijn, dus een relatief kleine achteruitgang van het reële bbp in twee opeenvolgende kwartalen zou dat niet rechtvaardigen.[4] Om herzieningen te vermijden, wacht het NBER-comité liever lang genoeg vooraleer het begin of het einde van een recessie te bepalen. Tegen de tijd dat we officieel gaan spreken van een recessie, zal de Amerikaanse economie zich dan ook al geruime tijd in deze toestand bevinden. Daarom wordt aanbevolen om de evolutie van de zes indicatoren die door het NBER-comité nauwgezet worden gemonitord (grafiek 4) op te volgen. Met uitzondering van de reële verkoop in de verwerkende industrie en de handel, die nu al drie maanden op rij daalt, blijven alle indicatoren een stijgende trend vertonen, wat erop wijst dat we nog niet onmiddellijk een recessie moeten vrezen.

 

Indicators of the NBER BUSINESS CYCLE DATING COMMITTEE

 

 

[1] Voor een gedetailleerde analyse, zie: US : an uneasy feeling, Ecoweek, 4 juli 2022, BNP Paribas.

[2] Voor een kwantificering van de impact van de verschillende datareleases inzake de bbp-nowcast, zie: https://www.atlantafed.org/-/media/documents/cqer/researchcq/gdpnow/RealGDPTrackingSlides.pdf

[3] De prognosefout komt overeen met het verschil tussen de vooraf gemaakte raming van de reële bbp-groei en de meest recente bbp-nowcast die beschikbaar is bij de publicatie van de voorafgaande raming. Er zijn prognoses beschikbaar vanaf de nowcast voor Q2 2014. De standaardafwijking van de prognosefout bedraagt 0,60% voor de bbp-gegevens over de periode Q2 2014-Q4 2019. Bij uitbreiding van de steekproef tot Q1 2022 krijgen we een standaardafwijking van 1,33%.

[4] “De traditionele definitie van een recessie volgens het NBER is een aanzienlijke daling van de economische activiteit die zich over de economie verspreidt en die meer dan enkele maanden duurt. Het comité is van mening dat elk van de drie criteria – diepte, verspreiding en duur – tot op zekere hoogte afzonderlijk moet worden vervuld, maar dat extreme omstandigheden die door een van de criteria aan het licht worden gebracht, zwakkere indicaties van een ander criterium deels kunnen compenseren. (bron: NBER; vrije vertaling).