Wanneer je wanhopig wacht op goed nieuws, volgt de euforie wanneer dat er eindelijk is. Dat werd perfect geïllustreerd door het gedrag van de financiële markten vorige week na de positieve verrassing van de Amerikaanse inflatiecijfers voor de consumentenprijzen: de totale inflatie en de kerninflatie waren lager dan de consensus had verwacht.  De onderstaande grafieken tonen de marktevolutie op intraday-basis op 10 november, voor en na de publicatie van de inflatiecijfers. De rente op Amerikaanse staatsobligaties (grafiek 1) noteerde een grote daling (bijna 20 bp voor de rente op 10 jaar, iets meer voor die op 2 jaar) als gevolg van de verwachting dat de Federal Reserve minder zou verkrappen dan eerder gedacht. De futurescurve van de federal funds (grafiek 2), die de marktverwachtingen van de toekomstige beleidsrente weerspiegelt, is aanzienlijk gedaald. De beleggers verwachten nu dat de eindrente 20 basispunten lager zal liggen. Hierdoor versterkte de euro ten opzichte van de dollar (grafiek 3). De wereldwijde obligatierentes zijn sterk gecorreleerd. Het is dus niet verwonderlijk dat ook de rente op de Bunds een duik nam (grafiek 4). De aandelenmarkten (grafiek 5) rallyden in Europa, en Wall Street opende aanzienlijk hoger in vergelijking met de afsluiting de dag ervoor. Dat weerspiegelt het gebruikelijke disconteringseffect – de daling van de rendementen op staatsobligaties verhoogt de netto contante waarde van toekomstige dividenden – maar ook een afgenomen bezorgdheid over de neerwaartse risico’s voor de groei door steeds hogere beleidsrentes. Tot slot steeg ook de goudprijs (grafiek 6). Dat lijkt misschien contra-intuïtief – de inflatie is immers sterker afgenomen dan verwacht, wat goud minder interessant maakt als afdekking tegen de inflatie – maar weerspiegelt de overtuiging dat de reële rente minder zal stijgen dan eerder verwacht.

US Treasury Yields

De marktreactie op positief verrassende economische gegevens heeft veel gemeen met het kijken naar vuurwerk: ongeduldig wachten tot de lonten zijn aangestoken, vol bewondering toekijken wanneer de pijlen de nachtelijke hemel verlichten, al snel gevolgd door de vraag wat er daarna gebeurt. Het goede nieuws is dat het erop lijkt dat de desinflatie – het kleiner worden van de kloof tussen de waargenomen inflatie en de inflatiedoelstelling van de centrale bank – in de VS is begonnen. De totale inflatie vertoont na een piek in juni een duidelijke neerwaartse trend (grafiek 7). De inflatie exclusief voeding en energie bereikte in september een piek. We hebben dus de bevestiging nodig dat de daling in oktober niet eenmalig was, rekening houdend met het feit dat de kerninflatie al vier maanden op rij aan het dalen was na een piek in maart. De inflatie van de kerngoederen (grondstoffen, exclusief voeding en energie) maakte vanaf juli een neerwaartse verschuiving door, terwijl de inflatie van de kerndiensten (exclusief energiediensten) hardnekkig hoog blijft vanwege de transportdiensten, en huisvesting en logement. Die laatste component steeg in oktober met 0,8% maand op maand. Dat is de grootste stijging sinds augustus 1990 en droeg meer dan de helft bij aan de maandelijkse stijging van de totale inflatie.[1] In de afgelopen 12 maanden was deze goed voor meer dan 40 procent van de totale stijging van de kerninflatie. Met de correctie op de woningmarkt en het vooruitzicht van een verzwakking van de arbeidsmarkt zal de woonkosteninflatie uiteindelijk dalen, maar dat kan enige tijd duren.

Wat nu van belang is voor de economie en de financiële markten is de snelheid van de desinflatie. Die heeft namelijk een invloed op het Fed-beleid, op het niveau van de eindrente en op hoe lang de federal funds rate daar zal blijven hangen. Dat alles beïnvloedt de waargenomen neerwaartse risico’s voor de groei. En dat zal op zijn beurt tot nervositeit leiden in de financiële markten. Wanneer de vrees voor verdere sterke renteverhogingen zal zijn afgenomen, zullen de recessiezorgen het hoofdthema worden.

 

US inflation

 

[1] Bron: US Bureau of Labor Statistics, nieuwsbericht, 10 november 2022.