De COVID-19-pandemie heeft een grote impact op de gezinsbestedingen. Het volume is gedaald en de samenstelling ervan is behoorlijk veranderd. Het eerste zorgde voor een sterke stijging van het spaarpercentage, aangezien de inkomstenderving van de gezinnen werd gecompenseerd door steunmaatregelen (uitkeringen voor technische werkloosheid, overbruggingsrecht enz.), terwijl er minder gelegenheid was om buiten te komen en geld uit te geven. De wijziging in de samenstelling was het gevolg van de beperkende maatregelen om het virus onder controle te brengen, maar weerspiegelde ook een aanpassing aan de nieuwe omgeving. De onlineverkoop groeide sterk, de vraag naar tweede woningen op het platteland nam toe, er werden meer woningen gerenoveerd, enz. De komende maanden gaan waarschijnlijk steeds meer bedrijven en ontmoetingsplaatsen opnieuw open en rijst de vraag of de bestedingspatronen weer zullen verschuiven. Dat zou kunnen betekenen dat diensten zoals recreatie en horeca, die grote omzetverliezen leden door de beperkende maatregelen, goede zaken zullen doen, zij het ietwat ten nadele van de uitgaven voor goederen. Het antwoord is duidelijk van belang op sectoraal niveau, maar ook voor het elan van het herstel in het algemeen. Dat laatste punt heeft te maken met de rol van de inhaalvraag. Recessies of – in het geval van een pandemie – mobiliteitsbeperkingen leiden ertoe dat bepaalde uitgaven niet zullen of kunnen worden gedaan. Gezien het onzekere economische klimaat stellen mensen bovendien grote uitgaven misschien uit. Naarmate de situatie normaliseert, duikt de inhaalvraag op wanneer mensen het weerzien met vrienden gaan vieren of ze zich financieel veiliger voelen om bijvoorbeeld een nieuwe auto te kopen. Er is echter een fundamenteel verschil tussen duurzame goederen en diensten. De vraag naar de eerste zal meestal worden uitgesteld tijdens een recessie, maar verdwijnt niet. In het voorbeeld van de aankoop van een auto zal de autodealer veel minder auto’s verkopen in slechte tijden, terwijl de verkoop tijdens een herstel boven het normale niveau zal liggen. In het geval van diensten zoals vrijetijdsbesteding of horeca is de tijdens een recessie of lockdown misgelopen omzet voor een groot deel nooit meer goed te maken. Mensen zullen niet alle door de lockdown gemiste reizen of restaurantbezoeken proberen in te halen. Naarmate de zaken zich normaliseren en de steunmaatregelen worden afgebouwd, zullen ook sommige bedrijven met een te hoge schuldenlast na de pandemie moeten sluiten. Dat kan het herstel erg wankel maken.

Dat zal de dienstensector in de eerste fase van het herstel niet beletten erg dynamisch te zijn, zoals we dat momenteel zien in in de VS op basis van de cijfers van het recent gepubliceerde Beige Book. Bovendien blijkt uit de enquête van de New Yorkse Fed bij bedrijfsleiders dat “vrijetijds- en horecabedrijven in april een bijzonder grote toename van de activiteit zien, hun eerste stijging sinds het begin van de pandemie, en dat er ook flink hogere cijfers genoteerd worden in de retail- en groothandelssector.”[1] Recent onderzoek maant niettemin aan tot enige voorzichtigheid. In de VS is er een sterke empirische grondslag voor het theoretische argument “dat het herstel van vraaggestuurde recessies waarbij de uitgavenverlagingen geconcentreerd zijn in de dienstensector doorgaans zwakker is dan het herstel van recessies die gericht zijn op duurzame goederen[2]. Dat verschil wordt verklaard door de inhaalvraag, die een kleinere rol speelt in de dienstensector. Deze analyse is met name relevant voor de door COVID-19 veroorzaakte recessie, die, zoals geïllustreerd in de tabellen, leidde tot een grotere afname van de vraag naar diensten, met aanzienlijke veranderingen in de relatieve gewichten van uitgavenposten tot gevolg. Dat zou er ook toe kunnen leiden dat landen met een grotere dienstensector niet alleen meer last hebben gehad van de beperkende maatregelen, maar tijdens het herstel ook voor een grotere uitdaging zouden kunnen staan.

China biedt interessante inzichten in de ontwikkeling van de retailverkoop in een post-lockdownwereld. Het marktaandeel van de online verkoop is blijven stijgen. “Door de toenemende online verkoop en afnemende winkelverkoop is het aandeel van de online verkoop in de totale retailverkoop opgeklommen van 20,7% eind 2019 tot 24,9% eind 2020. Terwijl het uitgaande toerisme beperkt blijft, heeft een doeltreffende lockdown op het Chinese vasteland de geplande uitgaven van gezinnen met een hoger inkomen voor buitenlandse reizen omgeleid naar binnenlandse uitgaven, met name voor luxegoederen en grote uitgaven.”[3] De Chinese gezinsbestedingen tonen ook de rol van de aanhoudende bezorgdheid over de gezondheidssituatie aan. Naarmate de beperkingen werden versoepeld, steeg de verkoop van bioscoop- en theatertickets aanvankelijk sterk tot 136% van het niveau van het voorgaande jaar, om vervolgens te zakken tot 56%.[4] De aantrekkende vraag was duidelijk van korte duur.

 

Edito 21.15

 

[1] Bron: April Regional Service-Sector Survey Points to A Long-Awaited Rebound, Federal Reserve of New York, Liberty Street Economics, 16 april 2021.

[2] Bron: Demand Composition and the Strength of Recoveries, Martin Beraja en Christian K. Wolf, 20 februari 2021.

[3] Bron: China’s consumer market recovery under the Covid-19 pandemic, IHS Markit, 2 februari 2021.

[4] Bron: IHS Markit (2021).