De stijgende inflatie en inflatieverwachtingen weerspiegelen een robuuste groei van de vraag en economische activiteit, en zouden gunstig moet inwerken op de uitgaven van de huishoudens doordat de reële rentevoeten verlagen.[1] Die daling verlaagt de kosten voor krediet en kan huishoudens aanzetten om nu geld uit te geven en minder te sparen, met de bedoeling om later weer te sparen zodra de rente is gestegen. We zien echter een andere situatie vandaag. In veel geavanceerde economieën is de inflatie uitzonderlijk hoog. Die valt vooral te verklaren door de negatieve aanbodschokken – een verstoring van de toeleveringsketens en hogere grondstoffenprijzen – die op de vraag wegen en de prijzen de hoogte injagen. In de EU en de eurozone liep het vertrouwen van de huishoudens in maart een stevige deuk op als gevolg van een ineenstorting van de verwachtingen over de algemene economische situatie en de sombere kijk op hun eigen toekomstige financiële situatie, die tot een historisch dieptepunt is gedaald. Een verslechterend sentiment kan een weerspiegeling zijn van toenemende bezorgdheid over het tempo van de prijsstijgingen of over de vooruitzichten voor de arbeidsmarkt. Wat dat laatste betreft, zijn de werkloosheidsverwachtingen in maart gestegen. Met 19,9 zitten ze echter nog altijd onder het gemiddelde sinds 2000 (24,2). Bovendien is de stijging ten opzichte van de recente dieptepunten vergeleken met eerdere episodes tot nu toe beperkt (grafiek 1). Niettemin waren (zoals te zien in grafiek 2) de verwachtingen van de huishoudens over hun financiële situatie in maart abnormaal somber gezien hun werkloosheidsverwachtingen. Dat betekent dat de andere factor – inflatie – een belangrijke rol kan spelen. Dat wordt ook bevestigd in grafiek 3, waaruit blijkt dat de prijsverwachtingen uitzonderlijk hoog zijn en ver buiten de historische bandbreedte[2] liggen, terwijl het nettosaldo van de huishoudens, die vrezen voor een verslechtering van hun financiële situatie in de komende 12 maanden, zich aan de bovenkant van de historische bandbreedte bevindt[3].

Deze observaties geven aanleiding tot bezorgdheid over de vooruitzichten voor de groei van de consumentenuitgaven en, meer in het algemeen, van het bbp, aangezien die uitgaven 52% van het bbp uitmaken in de eurozone. Om dit verder te analyseren toont grafiek 4 de correlatie tussen verschillende maatstaven voor het vertrouwen van de huishoudens[4] en de kwartaalgroei in reële termen van de consumptie-uitgaven van de huishoudens.[5] De correlaties tussen de metingen van het vertrouwen en de uitgaven in hetzelfde kwartaal zijn hoog, maar verschillende reeksen geven ook informatie over de uitgaven tot drie kwartalen ver in de toekomst. Gezien het feit dat in maart vier van de zes metingen onder hun langetermijngemiddelde lagen, soms aanzienlijk (grafiek 5), kunnen we de komende maanden een ondergemiddelde groei van de consumentenuitgaven verwachten. De werkloosheidsverwachtingen – die nog steeds onder hun langetermijngemiddelde liggen – kunnen hier echter enige veerkracht bieden.

 

Euro area household's unemployment

 

 

 

 

[1] Onderzoek voor de VS toont 1) een positieve correlatie tussen de stijging van de uitgaven voor duurzame goederen en de verwachte inflatie (zij het alleen voor bepaalde types huishoudens), 2) geen correlatie tussen de uitgaven voor niet-duurzame goederen en de verwachte inflatie, en 3) een negatieve correlatie tussen de uitgaven en verwachte werkloosheid. Bron: Household Inflation Expectations and Consumer Spending: Evidence from Panel Data, Mary A. Burke en Ali Ozdagli, Federal Reserve Bank of Dallas, Working paper 2110, augustus 2021.

[2] De gegevens starten in januari 1985.

[3] Een soortgelijk fenomeen is waargenomen in de VS, waar het consumentenvertrouwen is gedaald ondanks een sterke arbeidsmarkt. Zie Tanend vertrouwen bij Amerikaanse huishoudens een teken aan de wand?, BNP Paribas, Ecoweek, 29 oktober 2021.

[4] De maandelijkse consumentenenquête van de Europese Commissie heeft betrekking op: de persoonlijke financiële situatie in het komende jaar, de algemene economische situatie in het afgelopen jaar, de algemene economische situatie in het komende jaar, de prijsontwikkelingen in het afgelopen jaar, de prijsontwikkelingen in het komende jaar, de werkloosheidsverwachtingen voor het komende jaar, de grote aankopen op dit moment, de grote aankopen in het komende jaar, de besparingen op dit moment, de besparingen in het komende jaar, een verklaring over de financiële situatie van de huishoudens. De indicator van het consumentenvertrouwen geeft het gemiddelde weer van de persoonlijke financiële situatie in het afgelopen en komende jaar, en de algemene economische situatie en belangrijkste aankopen in het komende jaar.

[5] De grafiek is geïnspireerd op Does consumer confidence predict private consumption?, ECB Economisch Bulletin, nummer 5, 2015.