Voor de ECB zijn de meest recente gegevens over de eurozone een ongemakkelijke combinatie van een recordhoge inflatie en trage groei in het eerste kwartaal.[1] Het niveau en de wijdverspreide aard van de inflatie dwingen de centrale bank om te handelen en de markten houden nu rekening met 90 bp aan renteverhogingen dit jaar[2], terwijl de verzwakte groei de duifachtige bestuurders argumenten geeft om niet overhaast te handelen.

In een recent Bloomberg-interview[3] merkte Philip Lane (hoofdeconoom van de ECB) op dat de eerste renteverhoging niet zo van belang is. De vraag is eerder wat er daarna gebeurt in termen van omvang en timing van de normalisatie van de rente. Dat is een heel andere insteek dan het plan van de Federal Reserve voor meerdere renteverhogingen in de komende maanden, waaronder verhogingen van 50 bp, waarschijnlijk al bij de volgende FOMC-vergadering op 3 en 4 mei.

US VS. EUROZONE: EXCHANGE RATE AND GOVERNMENT BOND YIELD SPREADEcoWeek 22.18 ENHet is niet verwonderlijk dat dit verschil in monetaire strijdlust een aanzienlijke depreciatie van de euro ten opzichte van de dollar heeft veroorzaakt als gevolg van de toenemende renteverschillen (grafiek 1, 2). A priori moet een dergelijke stap voor de eurozone worden gezien als groeibevorderend – door de export te stimuleren en op de invoer te wegen – en inflationair vanwege de hogere importprijzen. Philip Lane erkende dat “de valutadepreciatie een belangrijke factor zal zijn die de prognoses van juni zal bepalen”, onder meer vanwege het mechanische effect op de importprijzen.

Vanuit die hoek bezien is de zwakkere euro een zegen voor de bestuursraad, omdat die sneller tot een consensus zal komen over de noodzaak van een verhoging van de depositorente. Hij voegde er echter aan toe “als we denken aan investeringen of de consumptie, de netto-uitvoer voor de eurozone, dan is dit een belangrijke macrovariabele en is deze evolutie significant”.

Er is enige onduidelijkheid over de interpretatie van de commentaar op de investeringen en consumptie. De inflatie ligt al ruim boven de doelstelling, zelfs zonder energie en voeding mee te rekenen. Een zwakkere euro, hogere importprijzen en dus meer inflatie zijn slecht nieuws voor de koopkracht van de huishoudens en zetten druk op de bedrijfsmarges. Bij een grondstoffenprijsschok komt een valutadepreciatie bijzonder ongelegen (grafiek 3) omdat dit extra tegenwind voor de groei veroorzaakt. Dat vraagt om behoedzaamheid bij de beleidsverkrapping. Niettemin zou een snelle eerste renteverhoging kunnen helpen, op voorwaarde dat ze de euro ondersteunt. Of men de zwakke euro nu als een zegen beschouwt (vanwege de impact op de inflatie) of als kopzorg (vanwege de impact op de groei), opmerkelijk genoeg is in beide gevallen de beleidsaanbeveling om binnenkort de depositorente te beginnen verhogen.

[1] De voorlopige raming voor april laat een inflatie van 7,5% zien (7,4% in maart) en een versnelling van de kern-HICP (dus exclusief energie, voeding, alcohol en tabak) van 2,9% naar 3,5%. De reële bbp-groei bedroeg in het eerste kwartaal 0,2% (kwartaal-op-kwartaal, niet-geannualiseerd) tegenover 0,3% in het vierde kwartaal van 2021. Bron: Eurostat.

[2] Bron: ECB’s Lane say first rate hike is no big deal, cautious on further moves, Reuters, 29 april 2022.

[3] Interview met Bloomberg Television op 29 april 2022.