Leven we in een tijd waarin de markten voor aandelen en andere risicovolle activaklassen maar weinig ‘goed nieuws’ vinden, althans op korte termijn? Daarmee bedoelen we dan ontwikkelingen die kunnen zorgen voor een aanhoudende toename van de risicoappetijt bij de beleggers. Wees gerust: als dat het geval is, zal dit niet lang duren.

Het feit dat we die vraag stellen, wijst er wel op dat we momenteel een atypische conjunctuurcyclus doormaken. In een context van vertraagde groei en stijgende officiële rentes hebben de beurzen doorgaans geen probleem met slecht nieuws over de activiteiten en vraag. Integendeel, het zet de centrale banken namelijk aan om voorzichtiger te zijn in hun monetaire verkrappingscyclus.

De situatie vandaag is heel anders. Door een combinatie van vraag- en aanbodschokken is de inflatie – tijdelijk, hopen we – ontsnapt aan de grip van de Europese en Amerikaanse centrale bank. De financiële markten en centrale banken beschouwen nu goed nieuws over de economie eerder als slecht, omdat het de desinflatie dreigt te vertragen en dus meer monetaire verkrapping rechtvaardigt. Bovendien zitten de markten ook niet echt te wachten op slecht nieuws, want dat leidt niet automatisch tot een minder agressief monetair beleid, aangezien dat vooral afhangt van de inflatievooruitzichten en het vandaag niet zeker is dat minder groei snel zal leiden tot minder inflatie. Alleen een significante terugval van de vraag kan de daling van de inflatie versnellen. Het is echter onwaarschijnlijk dat de beleggers positief zullen reageren op een scenario met een sterke recessie. Zelfs niet als dat een stopzetting van de monetaire verkrapping of zelfs een terugkeer naar renteverlagingen zou betekenen. Ze zouden zich dan zorgen beginnen maken over de negatieve impact op de bedrijfsresultaten.

Dat onvermogen om nieuws als positief te beschouwen, althans in termen van de economie, kan echter niet blijven duren. De ommekeer zou vooral moeten komen van de inflatie. De groeiende overtuiging bij de beleggers dat de kloof met het streefcijfer van de centrale bank trendmatig zal verkleinen, zou hun risicobereidheid moeten aanwakkeren, zelfs als het verschil groot blijft. Het is de kracht van de desinflatoire dynamiek die telt. Die stelt de centrale banken in staat een minder agressief discours aan te nemen en aan te geven wanneer de officiële rentes op het punt staan te pieken. Dat zou de obligatiemarkt stabiliseren en de aandelenmarkten ondersteunen.

In de Verenigde Staten en de eurozone zagen we recent al bemoedigende gegevens. Nu de knelpunten in de havens zich oplossen en de groeivooruitzichten neerwaarts zijn bijgesteld, zijn de vrachtkosten en de prijzen van verschillende grondstoffen de afgelopen maanden sterk gedaald. De levertijden normaliseren, steeds minder bedrijven hebben te kampen met hogere inputprijzen en zijn van plan hun verkoopprijzen te verhogen. Anderzijds blijft de loongroei in de VS sterk en zal die naar verwachting nog versnellen in de eurozone.

Bij het bekijken van economische cijfers moeten we trouwens een onderscheid maken tussen het niveau en de recente dynamiek. Wat de genoemde enquêtegegevens betreft, zit de dynamiek goed. Ze wijzen namelijk op een afname van de inflatoire druk hogerop. Ook de traditionele relaties tussen de economische variabelen worden gerespecteerd: de afname van de druk op de inputprijzen en de vertraging van de nieuwe orders maken dat bedrijven minder geneigd zijn om hun verkoopprijzen op te trekken. Het nettopercentage bedrijven dat van plan was zijn prijzen te verhogen, was echter extreem hoog en blijft ondanks de recente daling wel aanzienlijk. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een recente Duitse enquête.

Voor 2023 ligt de focust dus niet zozeer op de daling van de inflatie – die zich ongetwijfeld zal manifesteren gezien de vertraging van de groei, de afnemende spanningen aan de aanbodzijde en gunstige basiseffecten – maar op de snelheid van die daling, of beter gezegd de traagheid ervan. Hoe langzamer de desinflatie, hoe groter het risico dat de inflatieverwachtingen bij de huishoudens en bedrijven te hoog blijven. Evenzo geldt dat hoe meer centrale banken zich gedwongen voelen om hun rentes te verhogen, hoe groter het risico dat al die renteverhogingen zullen wegen op de economische groei en de winsten. Op de korte termijn zullen de beleggers vooral kijken naar de prijsdynamiek. Maar naarmate die normaliseert, zal hun focus verschuiven naar de groeivooruitzichten.