Een sterk geloof in de kwaliteit van de economische prognoses van de centrale bank verbetert de monetaire transmissie en daarmee de doeltreffendheid van het monetaire beleid. Die prognoses kunnen de verwachtingen van huishoudens en bedrijven sturen, maar kunnen ook van invloed zijn op de beoordeling van de economische vooruitzichten door particuliere voorspellers. Die invloed kan direct zijn – particuliere prognoses nemen centralebankprognoses als referentiepunt – of indirect. In het laatste geval kunnen wijzigingen in de communicatie van de centrale banken of onverwachte beleidsbeslissingen worden geïnterpreteerd als een signaal van een bijgestelde kijk op de toekomst. Een onverwachte renteverhoging kan leiden tot een opwaartse herziening van de prognoses van de particuliere sector, iets wat op het eerste gezicht contra-intuïtief is.[1]Die vragen zijn bijzonder relevant vandaag (gezien de toename van de inflatiedruk), zoals blijkt uit de bedrijfsenquêtes in een groot aantal landen. Dat heeft geleid tot een toename van marktgebaseerde maatstaven van inflatieverwachtingen. De boodschap van de Federal Reserve en de ECB daarentegen is dat een hogere inflatie als gevolg van knelpunten in het aanbod waarschijnlijk eerder van voorbijgaande aard zal zijn. Als de markten van mening zijn dat de centrale banken betere voorspellingsvaardigheden hebben, zou dat de stijging van de inflatieverwachtingen moeten beperken. Wat heeft de geschiedenis hierover te zeggen? Op basis van een analyse van de ECB[2] waren de prognosefouten voor de inflatie in de eurozone van de macro-economische ramingen van de medewerkers van het Eurosysteem/de ECB gelijk aan die van de Survey of Professional Forecasters, maar lager dan die van andere instellingen[3]. Toch “onderschatten alle voorspellers de HICP-inflatie tussen 2010 en 2012 en in 2017 en 2018, maar de neerwaartse trend van de inflatie verraste tussen 2013 en 2016.” In de VS stellen de medewerkers van de raad van gouverneurs van de Federal Reserve voorafgaand aan de vergaderingen van het Federal Open Market Committee (FOMC) een uitgebreide reeks prognoses op op basis van econometrische modellen, subjectieve beoordelingen en een ‘voorgestelde weg’ voor het monetaire beleid. De prognoses worden vijf jaar later openbaar gemaakt.[4]Uit een analyse[5] van de kerninflatie voor de privéconsumptie voor de periode 1997-2008 blijkt dat de prognoses van de Fed-medewerkers voor periodes van meer dan een jaar doorgaans beter presteren dan alternatieve, eenvoudige benaderingen op basis van het historische gedrag van de inflatie of op basis van de veronderstelling dat de inflatie een willekeurige evolutie volgt[6]. In een werkdocument van de ECB[7] wordt geconcludeerd dat de prognoses van de Federal Reserve voor inflatie en productie voor de periode 1968-2006 superieur zijn aan de prognoses van de particuliere sector. Echter, “de relatieve prognoseprestaties zijn … niet robuust bij grote macro-economische schokken zoals de Grote Matiging en olieprijsschokken“. De COVID-19-pandemie vertegenwoordigt een enorme schok, dus dit punt kan zeer relevant zijn in de huidige omgeving. Andere auteurs hebben vastgesteld dat de superioriteit van de inflatieprognoses van de Fed na 1994 aanzienlijk is gedaald, hoewel ze niet helemaal verdwenen is.[8]Tot slot kan de onwrikbare visie van de Fed en de ECB dat de stijging van de inflatie als gevolg van een onevenwicht tussen vraag en aanbod een tijdelijk fenomeen moet zijn, worden gelezen als een boodschap van “vertrouw ons, wij weten beter”. Op basis van het onderzoek waarin de kwaliteit van de prognoses van de centrale bank en de particuliere sector wordt vergeleken, zullen de marktdeelnemers zich waarschijnlijk behoedzaam opstellen, wat tot uiting komt in de stijging van de nominale obligatierendementen.

 

 

[1]Deze punten worden geanalyseerd door Pascal Paul in Does the Fed Know More about the Economy?, Federal Reserve Bank of San Francisco Economic Letter, 2019-11.

[2] The performance of the Eurosystem/ECB staff macroeconomic projections since the financial crisis, ECB, Economisch bulletin, Editie 8, 2019.

[3] De door medewerkers van het Eurosysteem / de ECB samengestelde prognoses werden vergeleken met die van de Survey of Professional Forecasters (SPF), de Europese Commissie, het IMF en de OESO.

[4] Economic Forecasting: Comparing the Fed with the Private Sector, Federal Reserve of St Louis, Regional Economist, derde kwartaal 2019. De voorspellingen zijn gebundeld in het Tealbook, voorheen het Greenbook genoemd.

[5] Chang, Andrew C. en Tyler J. Hanson (2015). The Accuracy of Forecasts Prepared for the Federal Open Market Committee, Finance and Economics Discussion Series 2015-062. Washington: Raad van gouverneurs van het Federal Reserve System, http://dx.doi.org/10.17016/FEDS.2015.062.

 [6] Bij deze benadering wordt ervan uitgegaan dat de beste schatting voor de inflatie van de volgende periode het inflatiepercentage in de huidige periode is.

[7] ECB, Does the Federal Reserve staff still beat private forecasters?, Werkdocument 1635, februari 2014.

[8] Edward N. Gamber en Julie K. Smith, Are the Fed’s inflation forecasts still superior to the private sector’s, Journal of Macroeconomics, juni 2009.