‘Sudden stop’. Tot voor kort verwezen deze woorden naar een plotselinge stilstand in private kapitaalstromen naar opkomende economieën. Door de epidemie zijn ze nu ook van toepassing op vraag en activiteit, getuige de ongeziene daling van de ondernemersverwachtingen met 11 punten in de ifo-enquête voor Duitsland. Een ander voorbeeld zijn de laatste gegevens uit China: in de periode januari-februari daalde de industriële productie met 13,5% tegenover vorig jaar, de reële detailhandelsomzet ging er met 23,5% op achteruit en investeringen in vaste activa zakten met 24,5%. Dit herinnert ons eraan, mocht dit nog nodig zijn, dat het nagenoeg onmogelijk is om de omvang te beoordelen van de klap die aan de groei wordt toegebracht als gevolg van wat, tenslotte, een exogene, niet-economische schok is. Dat verklaart waarom de aandelenmarkten, ondanks de massale, snelle acties van de voornaamste centrale banken en de aankondiging van steeds belangrijkere budgettaire beleidsmaatregelen in verschillende landen, amper hebben gereageerd. Die acties hebben hoogstens de snelheid van de daling aanzienlijk afgeremd.

 

Business climate & Financial markets

De sterke bijkomende daling deze week in de olieprijzen maakt de situatie nog erger. Lagere olieprijzen hebben een koopkrachtoverdracht van producenten naar consumenten tot gevolg, dus de eersten geven minder uit en de laatsten meer. Vandaag is de vraag door lockdowns en internationale reisverboden echter niet in staat om echt te reageren. Dat zorgt ervoor dat het negatieve effect veruit overheerst: druk op begrotingen van olie-exporterende landen, een toenemend wanbetalingsrisico van bepaalde oliebedrijven met een hoge schuldenlast in de VS. Gezien hun gewicht in de index kan dit op zijn beurt een besmettingseffect creëren binnen de hoogrentende markt nu beleggers beslissen om hun blootstelling aan de activaklasse te verminderen.

Tot slot bemoeilijkt de recente versterking, over de hele lijn, van de dollar de zaken voor het bedrijfsleven in groeilanden gezien hun schuldenlast in USD. Niet enkel hebben ze te maken met een exportdaling naar geavanceerde economieën, maar de dollarstijging zet ook hun kredietkwaliteit onder druk.

De beleidsreactie was snel en indrukwekkend. De Federal Reserve heeft de federal funds rate verlaagd tot nul, de kwantitatieve versoepeling heropgestart en een programma opgezet om bedrijfspapier op te kopen. De ECB komt met een noodaankoopprogramma ter bestrijding van de gevolgen van de pandemie (Pandemic Emergency Purchase Programme) van 750 miljard EUR, dat tot het einde van het jaar loopt. De Amerikaanse regering en het Congres bereiden een stimuleringspakket voor van 1,3 biljoen USD (6,5% van het bbp). Verschillende Europese landen hebben ook maatregelen genomen om gezinnen en bedrijven te ondersteunen. Voor de eurozone is de flexibiliteit die de ECB nu toont het allerbelangrijkst. Of om haar voorzitter te citeren: “terwijl de benchmarkallocatie in alle rechtsgebieden cruciaal zal blijven …, zullen aankopen op een flexibele manier gebeuren. Op die manier zijn schommelingen in de spreiding van aankoopstromen in de loop van de tijd mogelijk, in alle activaklassen en onder rechtsgebieden”[1]. Ze kon niet duidelijker zijn.

 

[1] Opiniestuk van ECB-voorzitter Lagarde in de Financial Times, 19 maart 2020.