De druk op de productieprijzen in de eurozone (het gemiddelde van de metingen voor inputprijzen, afzetprijzen en levertijden in de PMI-enquêtes) is de laatste tijd afgenomen, maar blijft hoog. Historisch gezien ging de stijging van deze indicator af en toe (zoals in 2011-2012) gepaard met een stijgende kerninflatie (grafiek 1). Op andere momenten (zoals in 2017-2018) was dat echter niet het geval. Ondanks die onstabiele correlatie voedt de recordhoge prijsdruk op dit moment de bezorgdheid bij analisten dat de inflatie langer hoog zou kunnen blijven. We merken bovendien dat ook de ECB meer en meer in die richting denkt. Toegegeven, ondanks een upgrade van de inflatieprognose klonk Christine Lagarde eerder vrij neutraal tijdens haar persconferentie van 9 september. De nominale inflatie zou volgend jaar moeten dalen, maar men was het erover eens dat een verrassende stijging mogelijk is als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. In de laatste projecties van de Banque de France voor de Franse economie wordt dat risico expliciet vermeld. De omvang en de duur van de effecten als gevolg van de waargenomen stijging van de industriële inputprijzen “vormen een opwaarts risico voor onze inflatieprognose”. Hoewel de Franse centrale bank constateert dat de inputprijzen voorlopig stabiel lijken, kunnen ze door aanbodbeperkingen verder stijgen. “In combinatie met de wervingsdruk zijn hogere loonsverhogingen mogelijk dan verwacht.”[1]ECB-bestuurder Isabel Schnabel verklaarde onlangs dat drie factoren bijzondere aandacht verdienen: de knelpunten in het aanbod op langere termijn, de ingrijpende hervormingen en structurele veranderingen die leiden tot een steiler groeitraject en het optimisme van de huishoudens dat de vraag kan stimuleren. Ze voegde eraan toe dat “we zeer nauwgezet opvolgen of de onderliggende prognoseveronderstellingen de mogelijkheid van een hogere inflatie in de komende jaren niet zullen onderschatten.[2]Martins Kazaks, gouverneur van de centrale bank van Letland ziet het als volgt: “Als het coronavirus niet opeens in alle hevigheid terugkeert, zien we in de vooruitzichten een lichte inflatiestijging op middellange termijn.[3]Ten slotte schreef de Financial Times dat de inflatie volgens het interne referentiescenario van de ECB voor de middellange termijn (horizon van vijf jaar) 2% zal bereiken kort na het einde van de projecties op drie jaar van de ECB-medewerkers.[4]

Chart 1 -Edito 21.33 EN

De indruk dat de ECB-functionarissen het steeds vaker hebben over het opwaartse risico voor de inflatie is belangrijk in de aanloop naar de vergadering van de raad van bestuur in december. Bij die gelegenheid zullen de bijgewerkte projecties van de medewerkers worden gepubliceerd (die van invloed kunnen zijn op de beleidsrenteverwachtingen), terwijl de raad een besluit moet nemen over de toekomst van het noodaankoopprogramma dat de gevolgen van de pandemie moet bestrijden. Tegen die achtergrond zullen de economische gegevens meer dan ooit nauwlettend opgevolgd moeten worden, vooral die met betrekking tot knelpunten in het aanbod en de inputprijzen. Of die een langduriger effect op de inflatie zullen hebben, hangt in hoge mate af van de doorsijpeling van die impulsen naar de rest van de economie: in hoeverre veroorzaken ze een stijging van de afzetprijzen en uiteindelijk van de consumentenprijzen? Langere levertijden leiden meestal tot hogere inputprijzen, terwijl lage voorraden en een sterke vraag waarschijnlijk een lage prijselasticiteit van de vraag met zich meebrengen, waardoor producenten de mogelijkheid krijgen om hun afzetprijzen te verhogen als reactie op hogere inputprijzen. We kunnen er van uitgaan dat de transmissie sterker zal zijn bij een combinatie van een sterke vraag, lage voorraadniveaus en lange levertijden. Dat zien we vandaag al in de eurozone bij de productie van duurzame consumptiegoederen, halffabricaten en investeringsgoederen (grafieken 2-7). Misschien kan de inflatie dus op korte termijn toch verrassend stijgen.

 

Charts Edito 21.33 EN

 

[1] Banque de France, Macroeconomic projections, 13 september 2021.

[2] New narratives on monetary policy – the spectre of inflation, speech van Isabel Schnabel, bestuurder van de ECB, 148th Baden-Baden Entrepreneurs Talk, Frankfurt am Main, 13 september 2021.

[3] ECB’s Kazaks Sees Prospect of Faster Inflation Than Forecast, Bloomberg, 17 september 2021.

[4] Unpublished inflation estimate raises prospect of earlier rate rise, Financial Times, 17 september 2021. Het artikel meldt dat de opmerkingen werden gemaakt door ECB-hoofdeconoom Philip Lane in een gesprek met Duitse economen, hoewel de ECB volgens Reuters “het verhaal betwistte en het onnauwkeurig noemde” (ECB’s Lane reveals in private meeting inflation target may be met by 2025, Reuters, 17 september).