In 2015 publiceerde voormalig Fed-voorzitter Ben Bernanke zijn boek ‘The courage to act: a memoir of a crisis and its aftermath’. De titel schiet me te binnen bij het bekijken van de recente persconferenties van Fed-voorzitter Jerome Powell en gouverneur Andrew Bailey[1] van de Bank of England en bij het lezen van een recente toespraak van de gouverneur van de Banque de France, François Villeroy de Galhau[2].

Bernanke’s boek geeft een goed inzicht in de wereldwijde financiële crisis van 2008-2009, de oorzaken, gevolgen en de beleidsactie die daarvoor nodig was. Vandaag heeft de crisis te maken met de verhoogde inflatie en de kosten op langere termijn als ze niet wordt aangepakt. Het is duidelijk dat er actie moet worden ondernomen, maar daar is moed voor nodig. Ten eerste is de prijsstijging deels te wijten aan een negatieve aanbodschok, die als tegenwind voor de vraag werkt. Ten tweede kan een monetaire verkrapping de groei vertragen en zelfs de werkloosheid de hoogte injagen.

Wat dat betreft, was Bailey erg duidelijk. Hoewel het werkloosheidspercentage in het Verenigd Koninkrijk naar verwachting op korte termijn verder zal dalen (tot 3,6% in het tweede kwartaal) is de prognose voor binnen drie jaar 5,5%, gezien de sterke vertraging van de activiteit, waaraan de monetaire verkrapping zal hebben bijgedragen. Powell erkende dat “de inflatie terugbrengen naar het streefcijfer pijn kan doen”[3]. Het lijkt een hoogst ongemakkelijk dilemma, maar volgens de centrale bankiers is het duidelijk op welke manier ze moeten reageren. “Gedurende lange tijd niet handelen, de inflatie niet aanpakken en riskeren dat die steeds hardnekkiger wordt, dát zal pijn doen.”[4] Ook Villeroy de Galhau is die mening toegedaan: “een diepgewortelde inflatie betekent minder vertrouwen, hogere risicopremies, een grotere prijsverstoring en dus minder groei op lange termijn.”

Hoewel alle drie de centrale banken de inflatie onder controle willen krijgen, verwachten de markten dat hun respectieve benaderingen zeer verschillend zullen zijn (grafiek 1). Dit is een weerspiegeling van de verschillen op het vlak van guidance en macro-omgeving. Citaat van Andrew Bailey: “De Verenigde Staten worden geconfronteerd met wat lijkt op een vraagschok. De eurozone heeft daarentegen af te rekenen met een schok in de aanbodkosten. En in het VK zien we elementen van beide: net zoals de eurozone ervaren we een sterke verslechtering van de ruilvoet, maar onze sterke arbeidsmarkt lijkt meer op die van de VS.

In de VS dwingen de globale aanbodschokken, een sterke vraag en een zeer krappe arbeidsmarkt de Federal Reserve om ‘snel’ te verkrappen[5]. Na de renteverhoging van 50 basispunten na de vergadering in mei, zullen soortgelijke verhogingen volgen na de volgende vergaderingen. Bovendien gaat de Fed haar balans afslanken vanaf juni, maar het economisch effect daarvan is moeilijk nauwkeurig in te schatten.

In de eurozone zal de aanpak veel geleidelijker verlopen. In vergelijking met de VS spelen de aanbodschokken een grotere rol, is de regio meer blootgesteld aan geopolitieke onzekerheid vanwege de oorlog in Oekraïne, groeien de lonen trager en staat de arbeidsmarkt minder onder druk dan in de VS. Op basis van recente verklaringen van verschillende bestuursleden van de ECB lijkt een verhoging van de depositorente in juli steeds waarschijnlijker en zullen er meer verhogingen volgen.[6]

Ten slotte worden in het Verenigd Koninkrijk meer bankrenteverhogingen verwacht gezien de hoge en stijgende inflatie (de Bank of England voorspelt dat de gemiddelde inflatie in het vierde kwartaal van dit jaar zal pieken op 10%), het zeer lage werkloosheidspercentage en de versnellende loongroei. Niettemin zijn de leden van het monetairebeleidscomité het oneens over wat dit betekent in termen van beleid, waarbij drie van hen pleiten voor een verhoging van 50 basispunten in plaats van de besloten 25. Het Britse pond verzwakte na het nieuws (grafiek 2), als gevolg van aanhoudende twijfels bij de beleggers over hoeveel groeirisico de Bank of England bereid is te nemen bij het verkrappen van het beleid. De raad van bestuur van de ECB staat voor een soortgelijk debat. Het is duidelijk dat de noodzaak om de markten te overtuigen van hun daadkracht een ander doel is dat centrale banken gemeen hebben.

 

 

 

[1] Beide persconferenties zijn te herbekijken op YouTube.

[2] François Villeroy de Galhau, ‘The Eurosystem and its monetary policy: from an “impossible dilemma” to a possible roadmap for normalization’, Parijs, 6 mei 2022.

[3] Federal Reserve, transcriptie van de persconferentie van voorzitter Powell, 4 mei 2022.

[4] Het citaat is van Jerome Powell.

[5] Het citaat is van Jerome Powell.

[6] In zijn toespraak achtte Villeroy de Galhau het redelijk om, onvoorziene nieuwe schokken buiten beschouwing gelaten, de depositorente tegen het einde van dit jaar weer positief te krijgen.