Voor wie er nog aan twijfelde dat het begrotingsbeleid dit jaar een centrale plaats heeft ingenomen, zouden de gebeurtenissen van vorige week moeten volstaan om van gedachten te veranderen. Het was een belangrijke factor in de markbewegingen na de Amerikaanse verkiezingen. Naarmate het tellen van de stemmen vorderde, leidden speculaties over de winst van Biden en een Republikeinse meerderheid in de Senaat tot een rally op de obligatiemarkt en een aanzienlijke dollarverzwakking. Dit weerspiegelt de verwachting dat, bij een dergelijk resultaat, het fiscale stimuleringspakket kleiner zou zijn, waardoor de Federal Reserve gedwongen wordt om meer te versoepelen. De aandelenmarkten konden zich – zoals gewoonlijk – vinden in het idee van meer monetaire accommodatie en herstelden zich, ook al wijst de outperformance van de Nasdaq tegenover de S&P500 op enige ongerustheid over de groeivooruitzichten[1]. Een dergelijk gevoel is gerechtvaardigd. Er worden minder nieuwe banen gecreëerd (hoewel het arbeidsmarktrapport voor oktober positief verraste), het aantal nieuwe COVID-19-infecties stijgt snel en de Amerikaanse export zou enigszins last moeten ondervinden van de nieuwe lockdown in verschillende Europese landen. Jerome Powell, voorzitter van de Federal Reserve, benadrukte in zijn persconferentie na de vergadering van het FOMC de noodzaak van aanhoudende monetaire en vooral budgettaire steun: “Het begrotingsbeleid is hier absoluut essentieel”[2]. Op de vraag van een journalist of het gebrek aan budgettaire steun de Fed zou dwingen om meer te doen, antwoordde hij dat alle externe factoren in aanmerking worden genomen. Dit is een impliciete verwijzing naar het gevoerde begrotingsbeleid en sluit aan bij de marktverwachtingen dat minder budgettaire steun meer monetaire steun zou betekenen. Nu de rente echter al erg laag is, dreigt het netto-effect van een dergelijke ommekeer negatief te zijn. Dit stemt overeen met wat IMF-hoofdeconoom Gita Gopinath vertelt in haar op-ed voor de Financial Times. Ze stelt dat “de wereld zich in een wereldwijde liquiditeitsval bevindt, waarbij het effect van een monetair beleid beperkt is. We moeten het eens worden over passende beleidslijnen om hieruit te komen (-). Het begrotingsbeleid moet een voortrekkersrol spelen in het herstel”[3]. Het pleidooi voor fiscale stimuli betreft niet alleen het direct doen toenemen van de eindvraag. Het steunt ook op een fiscale multiplicator die groter is wanneer de economie zich in een liquiditeitsval bevindt. Bovendien vergemakkelijkt een soepel monetair beleid de financiering van de fiscale impulsen aan zeer goedkope voorwaarden. Het VK was getuige van een coördinatieactie tussen monetair en budgettair beleid: de Bank of England kondigde voorbije donderdagochtend een stijging van haar aankopen van staatsobligaties met 150 miljard GBP aan en de minister van Financiën liet later die dag weten dat de regeling voor tijdelijke werkloosheid wordt verlengd tot eind maart 2021[4]. Het begrotingsbeleid zal nog lange tijd een centrale plaats bekleden, zij het in verschillende vormen. Op korte termijn gaat het erom de impact van de beperkende maatregelen voor indijking van het aantal nieuwe infecties op de economie te verzachten. De klemtoon zal geleidelijk verschuiven naar het ondersteunen van het herstel. Uiteindelijk zal het debat binnen een paar jaar worden verlegd naar de noodzaak om de schuldenlast van de overheidssector terug te dringen.

Graphique édito 20.41

 

Graphique 2 Edito 20.41

 

Graphique 3 Edito 20.41

[1] De redenering hierachter is dat veel op de Nasdaq genoteerde bedrijven structureel betere winstgroeivooruitzichten hebben, ongeacht het economische klimaat, waardoor toenemende twijfel over de economische verwachtingen beleggers ertoe kan aanzetten om de voorkeur te geven aan ondernemingen die aan de Nasdaq noteren boven bedrijven die aan de S&P500 noteren.

[2] Persconferentie van Jerome Powell, voorzitter van de Federal Reserve, 5 november 2020

[3] Global liquidity trap requires a big fiscal response, Gita Gopinath, Financial Times, 2 november 2020

[4] In deze regeling is voorzien dat de werknemers 80% van hun normale loon ontvangen voor niet-gewerkte uren, met een maximum van 2500 GBP per maand; de overheid betaalt 80% van het loon voor wie niet kan werken (bron: www.gov.uk).