Ik was vandaag in Dublin voor meetings met klanten. Bedrukte gezichten bij mijn aankomst, niet omwille van de regen, wel omdat een Iers onderzoeksinstituut net had voorspeld dat Ierland dit jaar in een recessie zou belanden. Ieren zijn altijd bijzonder nieuwsgierig naar wat buitenlanders over hun economie denken (het was hier dat men mij ooit vroeg naar mijn voorspelling over de melkprijs…, de eerste maal dat ik zo’n vraag kreeg) en ik heb hen gerustgesteld dat het waarschijnlijk niet zo’n vaart zal lopen. Dit neemt niet weg dat ze, zacht gesteld, toch met een uitdaging zitten: de immobiliënboom die er ongekende proporties had bereikt werd gevolgd door een “bust”, de lokale banken hebben veel hypotheekleningen op hun balans en stellen zich terecht vragen over de kwaliteit ervan, de dure euro weegt op de concurrentiekracht.

Vergeleken met Vietnam verzinken de Ierse problemen in het niets. Vietnam heeft niet enkel een ineenstorting van zijn beurs gezien, maar ook van de vastgoedmarkt. De inflatie bedraagt 25% meldt de Financial Times en de munt staat onder druk. Vietnamezen begrijpen dat onder die omstandigheden goud een veilige vluchthaven is wat hun land nu de eer oplevert om de belangrijkste markt ter wereld te zijn voor de handel in goudstaven: waarin een klein land groot kan zijn! Deze deur is nu echter dichtgeklapt door de autoriteiten: er mag niet langer goud worden ingevoerd omwille van de druk die dit zet op de handelsbalans. De ironie is dat dit land tot voor kort de lieveling van speculanten was. Het kan verkeren. Men ziet trouwens dat meer en meer Aziatische munten onder druk komen omwille van een combinatie hoge inflatie/te lage rente (dus te soepel monetair beleid). Ook hier kan men dus verwachten dat centrale banken op de rem zullen gaan staan.

Dichter bij huis was het recent allemaal “doom and gloom”. Europa zit in stagflatie. Voor jonge analysten is dit een nieuw woord. Je voelt je ouder worden wanneer je hen moet uitleggen dat men in de jaren 70 de samentrekking van stagnatie en inflatie gebruikte om het klimaat te beschrijven dat na de eerste olieschok was ontstaan. De geschiedenis herhaalt zich nu maar er zijn natuurlijk verschillen: de oorzaak is anders (geen olieboycot maar gewoon een sterk oplopende vraag) en het is ook niet zo erg als dertig jaar geleden. Toch is er voldoende reden om beleggers te doen aarzelen. Het slechte nieuws over de financiële sector versterkt hen in die overtuiging: de verminderingen van de ratings van Amerikaanse obligatieverzekeraars en het vooruitzicht dat de groeivertraging voor kredietverliezen zal zorgen, veroorzaakten een nieuwe verkoopgolf van bankaandelen en zelfs Goldman Sachs, hét toonbeeld van succes als investment bank heeft aangekondigd mensen te ontslaan.

Tussen al dit geweld is het goed om toch even te kijken naar de beurswaarderingen. Tal van aandelen noteren met zeer aantrekkelijke dividendrendementen, die hoger zijn dan de obligatierendementen. Dit betekent dat je er de toekomstige koersstijging, die er hoe dan ook komt wanneer beleggers opnieuw naar de andere, groene kant van de vallei zullen kijken, gratis bijkrijgt. Tenzij je je geld op korte termijn nodig zou hebben of tenzij je enorme twijfels zou hebben over de houdbaarheid van de dividenden, is deze strategie toch wel het overwegen waard in deze barre tijden.

William De Vijlder