De theoretische relatie tussen de schuldgraad van gezinnen en economische schommelingen is niet eenduidig. Enerzijds kan men stellen dat een hoge schuldgraad de gevoeligheid verhoogt van de gezinsconsumptie voor economische schokken zoals een verstrakking van het monetair beleid. Anderzijds kan bankkrediet door gezinnen worden aangewend om de bestedingen te spreiden over de tijd en dus bijdragen tot een meer stabiele omgeving.

Bijgaande grafiek toont de relatie tussen de schuld van gezinnen in verhouding tot hun bruto beschikbaar inkomen en de standaardafwijking van de groei van de reële gezinsconsumptie (op basis van kwartaaldata). Het gemiddelde en de standaardafwijking werden berekend over de periode 2000-2013.

Graph10072015

De verleiding is groot om een ‘visuele’ regressielijn te trekken met een positieve helling. Dit zou erop wijzen dat een hogere schuldgraad gepaard gaat met hogere volatiliteit van de groei van de consumptie. Dit beeld wordt echter bepaald door de waarnemingen voor Ierland, een land met een hoge schuldgraad dat een economische boom heeft gekend gevolgd door een zware crisis. Voor de overige landen kan eenzelfde consumptievolatiliteit gepaard gaan met grote verschillen in schuldgraad (vergelijk Frankrijk met Duitsland) en kan eenzelfde schuldgraad grote verschillen zien qua schommelingen in de groei van de gezinsbestedingen (vergelijk Duitsland met Finland, vergelijk Japan, de VS, Portugal en Spanje; vergelijk Canada, Zweden, het VK en Zuid-Korea).

De conclusie is tweeledig:

  1. Schommelingen in de groei van de gezinsconsumptie zijn afhankelijk van tal van factoren: landen met stabiele consumptiegroei kunnen zowel een lage als een hoge schuldgraad hebben en voor een gegeven schuldgraad kan een land zowel stabiele of meer volatiele consumptiegroei kennen
  2. Landen met zeer grote schommelingen in de gezinsconsumptie hebben een gezinsschuld die boven het gemiddelde ligt. Dit bewijst niet dat er een oorzakelijk verband is. Het kan gewoon te maken hebben met een grotere gevoeligheid voor economische schokken.