Photo Idée pour texte creativite rentableWinstgevende creativiteit is een essentiële voorwaarde voor economisch aanpassingsvermogen. Om zich te kunnen aanpassen moet een economie de financiële winstgevendheid aanvaarden die met creatief en succesvol ondernemen samengaat. Bovenal moet ze niet in defensieve reflexen vervallen die leiden tot een economische verstarring die innovatie in de kiem smoort.

In de economie is creativiteit nauw verwant met de groeigedachte: liever ‘meer’ dan ‘minder’, tenminste in termen van inkomsten, omzet en winst. Het woord ‘creativiteit’ doet ook denken aan de creatieve destructie van Joseph Schumpeter, die een echte bron van economisch momentum en vooruitgang vormt: innovatieve bedrijven vergroten hun marktaandeel en winstmarge, wat aanleiding geeft tot kopieergedrag en een algemene toename van de activiteit. Creativiteit drijft onderzoekers ertoe de grenzen van de wetenschap telkens weer te verleggen en inspireert zakenmensen met een passie voor innovatie. Wat motiveert hen? In hun boek ‘Abundance: the future is better than you think’ beschrijven Peter Diamandis en Steven Kotler de vier drijfveren achter innovatie: nieuwsgierigheid, het verlangen om welvaart te scheppen, de wens om een rol van betekenis te spelen en … angst.

Die vierde motivator illustreert dat creativiteit en innovatie zowel absolute als relatieve concepten zijn. Wanneer een van onze concurrenten innovatiever blijkt te zijn dan wij, dreigt creatieve destructie ons van de economische kaart te vegen. In absolute termen stelt creativiteit de maatschappij in staat om nieuwe uitdagingen aan te gaan, zoals een vergrijzende bevolking, klimaatverandering en de energieproblematiek. Los van die motiverende factoren is creativiteit een stuwende kracht achter economisch momentum.

Hoe belangrijk creativiteit ook is, ze kan niet worden afgedwongen, alleen gestimuleerd: door academische of wetenschappelijke erkenning, door succesverhalen van nieuwe technologie die ingang vindt, en door financiële stimulansen. Dergelijke stimulansen compenseren, soms op een niet-financiële manier, de geleverde inspanningen en de risico’s die vaak genomen werden – zowel financieel als professioneel. Voor een zakenman is financiële compensatie niet lineair. Bij succes weerspiegelt de financiële winst de zeer kleine kans op slagen: velen voelen zich geroepen, maar weinigen maken het echt. Daarom is het zo belangrijk succes te vieren in plaats van mislukking te stigmatiseren.

Interne creativiteit is het vermogen om zich aan nieuwe omstandigheden aan te passen of om een nieuwe omgeving te scheppen (zoals technologische innovatie). Externe creativiteit, daarentegen, wordt gezien als een dreiging die ons aan de gevolgen van innovatie door de concurrentie blootstelt (m.a.w. creatieve destructie). Als die dreiging zich manifesteert, worden bedrijven, regio’s en zelfs landen gedwongen om te reageren. Op macro-economisch niveau moeten we met hogere werkloosheid afrekenen in sectoren die door grote technologische vooruitgang getroffen worden. In speerpuntsectoren ontstaat vaak een tekort aan arbeidskrachten, wat de lonen kan opdrijven. Zo kunnen belangrijke intra- en intersectorale verschillen ontstaan. Externe creativiteit, of de creativiteit van anderen, vraagt om inspanningen op het vlak van wedertewerkstelling en opleiding en om investeringen in onderzoek en ontwikkeling.

Als de nadruk op de kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen ligt, zal de reactie op externe reactiviteit flexibiliteit ontberen. Aanpassen gaat gepaard met onontkoombare en onmiddellijke kosten, terwijl creativiteitswinsten onzeker zijn en lang op zich kunnen laten wachten. Daardoor neigen velen naar een defensieve reflex: de bestaande situatie beschermen om de aanpassingskosten te vermijden en de onzekerheid minstens op korte termijn te verminderen. Dat creëert een spanningsveld tussen creativiteit en de nood aan verandering enerzijds, en het verlangen om het status quo in stand te houden anderzijds: net wanneer we flexibiliteit nodig hebben, kiezen we voor verstarring.

De economische kosten daarvan kunnen erg hoog zijn. Verstarring kan negatieve gevolgen hebben voor de prijscompetitiviteit, doordat onze productiviteitswinsten kleiner zijn en de loonkost per eenheid hoger ligt dan bij onze concurrenten. Het concurrentievermogen kan ook afnemen doordat producten of productieprocessen verouderd raken. Op macro-economisch niveau kan verstarring negatieve gevolgen hebben voor de groei, de overheidsfinanciën en de investeringen. Zelfs de ongelijkheid kan erdoor toenemen als het onderwijs door een gebrek aan financiële middelen zijn rol als sociale lift niet meer kan spelen. Al die factoren belemmeren het vermogen van een economie om te innoveren, en dreigen een vicieuze cirkel op gang te brengen.