Een enkeling mag dan al beweren dat een handelsoorlog gemakkelijk te winnen is, maar in feite zijn de gevolgen complex en uiteenlopend en blijven er uiteindelijk alleen verliezers over.

Laten we het voorbeeld nemen van de Amerikaanse invoerrechten. Die hebben twee effecten: een vervangingseffect (de Amerikaanse productie vervangt de import voor zover dit kan en aan de verwachtingen van de klanten voldoet) en een herverdelingseffect van de exportlanden (minder activiteit) naar de Amerikaanse producenten (meer activiteit). Voorts is er ook een herverdelingseffect tussen de sectoren in de VS: lokale producenten zien hun winsten stijgen, maar de bedrijven betalen ook meer voor hun producten waardoor hun winstcijfers dalen. Zij kunnen daarop reageren door hun kosten te drukken (banen schrappen, minder investeren). Ook de consument ziet zich geconfronteerd met hogere prijzen wat op de privébestedingen kan wegen.

De overheidsinkomsten stijgen dan weer dankzij de invoerrechten en de exportlanden worden minder concurrerend op de Amerikaanse markt. Zij leiden hun export daarom af naar andere landen waar er een overaanbod ontstaat. Wat in feite als een bilateraal struikelblok begon, groeit uit tot een multilateraal probleem. In de VS kunnen de invoerrechten de inflatie aanzwengelen bij een aanzienlijke overstap naar binnenlandse leveranciers in een economie die nu al volledige werkgelegenheid kent. Het kan ook stagflatie in de hand werken als de verschuiving in het aanbod beperkt blijft (geringe stijging van de productie in de Verenigde Staten) en als de eindverbruiker voor de invoerrechten moet opdraaien (hogere inflatie die de vraag van huishoudens en de investeringen van bedrijven drukt). In beide gevallen moet de Federal Reserve mogelijk reageren wat uiteindelijk op de financiële markten en indirect ook op de privébestedingen kan wegen. Ook de economische omvang van de geïmpacteerde import en de eventuele vergeldingsmaatregelen spelen in dit alles rol.

Het is best mogelijk dat de directe macro-economische impact erg beperkt blijft, maar de gevolgen voor specifieke sectoren of bedrijven kunnen enorm zijn wat het voor beleggers overigens veel lastiger maakt om specifieke beleggingen te selecteren. Zo gingen Amerikaanse studies bij de invoering van invoerrechten op zonnepanelen uit van een netto negatief effect op de werkgelegenheid als de vraag daalt waardoor installateurs veel meer banen schrappen dan dat er nieuwe banen bijkomen bij producenten. Het grootste punt van zorg is echter dat hogere invoerrechten kunnen uitmonden in een lange periode van onzekerheid wat een rem op de wereldeconomie zou zetten.

Momenteel zien we drie mogelijke scenario’s. In het eerste, erg onwaarschijnlijke scenario zouden de Verenigde Staten meer belang hechten aan het media-effect dan aan het economische effect. De maatregelen tegen bepaalde producten en landen zouden bijgevolg beperkt moeten blijven. In het tweede, even onwaarschijnlijke scenario houden de Verenigde Staten voet bij stuk waardoor een lik-op-stukbeleid tussen de verschillende landen de handelsrelaties verslechtert en de onzekerheid sterk toeneemt wat de groei drukt. In het derde, meest waarschijnlijke scenario willen de Verenigde Staten het handelstekort verlagen via onderhandelingen: als ze dreigen met invoerrechten kunnen andere landen inderdaad geneigd zijn om toegevingen te doen. Na verloop van tijd keert de rust dan terug en neemt de onzekerheid geleidelijk af. In dat geval blijven de macro-economische gevolgen bescheiden. Wel kunnen er wijzigingen komen in de handelsstromen. Bovendien weten we nog niet hoeveel krachtmetingen er komen.