In een muntunie kan de wisselkoers niet worden gebruikt om de concurrentiekracht aan te zwengelen tegenover de andere leden van de unie. Om die reden worden loondiscipline en zelfs loonsverminderingen gebruikt om competitiever te worden. Economen noemen dit ‘interne’ devaluatie (bij ‘externe’ devaluatie wordt de wisselkoers gewijzigd). Bijgaande grafiek vergelijkt voor een aantal landen de totale wijziging van de arbeidskosten per eenheid product (dus rekening houdend met het verloop van de productiviteit) sinds 2009 (toen een piek werd bereikt) (vertikale as) met de totale wijziging van de uitvoer sinds 2008 (horizontale as).

 Graph 17 7

Er is een opvallend verschil tussen Ierland, Spanje en Portugal enerzijds en Griekenland anderzijds. Alhoewel deze vier landen een aanzienlijke daling kenden van de arbeidskosten per eenheid product, was het enkel in Griekenland dat men, eigenaardig genoeg, een daling van de uitvoer constateerde (in de andere landen was er een duidelijke stijging). Dit doet vermoeden dat in Griekenland de arbeidskosten slechts één factor tussen vele vormen om het uitvoerverloop te verklaren. Bij uitbreiding kan men stellen dat muntdepreciatie (denk aan het debat rond een Grexit) zeker geen mirakeloplossing zou zijn. In een recent onderzoeksrapport van de Europese Commissie (Uwe Böwer, Vasiliki Michou and Christoph Ungerer, The puzzle of the missing Greek exports, European Commission, Economic Paper 518, June 2014) stellen de auteurs dat concurrentiekracht ook wordt bepaald door politieke stabiliteit, de afdwingbaarheid van contracten, de kwaliteit van de regelgeving, enz. Volgens de auteurs bekleedt Griekenland een zwakke plaats in de internationale rangschikking van deze maatstaven van institutionele kwaliteit. Structurele aanpassing in ruime zin zou het land moeten in staat stellen zijn uitvoerprestaties op te krikken.