Hebt u vorige week het artikel in The Economist gelezen over de mogelijke omvang van een volgende recessie en de krappe bewegingsruimte waarover de eurozone beschikt om die aan te pakken? In dat geval klonken de berichten deze week over ideeën om een cyclisch stabilisatiefonds op te richten u wellicht als muziek in de oren. De eerste oproep voor een dergelijk initiatief dateert in feite al van het Four Presidents’ Report van 2012. Het wachten was dus lang waardoor het gevaar niet denkbeeldig is dat we elke aarzelende stap in de goede richting al te enthousiast verwelkomen. Per slot van rekening heeft Duits minister van financiën, Olaf Scholz slechts een informeel voorstel (of zogeheten ‘non-paper’) ingediend voor de oprichting van een pan-Europees werkloosheidsfonds waaraan landen die met een sterke toename van de werkloosheid kampen geld kunnen ontlenen (dat ze later terugbetalen). Dat voorkomt dat ze daarvoor bij de markten moeten aankloppen en dat de rente op hun staatspapier stijgt door de perceptie dat er een hoger risico aan verbonden is. Hoe informeel ook, toch moeten we het initiatief toejuichen, niet alleen omdat het volgens het Handelsblatt op de agenda van de vergadering van de ministers van financiën van de eurozone (de eurogroep) op 3 december zal staan, maar meer nog omdat er eindelijk echt schot in de zaak lijkt te komen.

Dat is althans de indruk die men heeft bij het lezen van een interview van Spaans minister van economie, Nadia Calivina met Les Echos waarin ze stelde dat Spanje momenteel met Frankrijk, Duitsland en Portugal samenzit om een Europese werkloosheidsverzekering uit te werken. De voordelen van deze specifieke vorm van risicodeling zijn al toegelicht in studies van onder meer de Bundesbank en het IMF. In geval van een recessie stijgt het begrotingstekort, o.a. door de toename van de werkloosheidsuitkeringen. Indien de regering die stijging wil beteugelen moet elders bezuinigd worden maar dit zal de recessie versterken. Het voorstel van een stabilisatiefonds houdt in dat een land bij een sterke toename van de werkloosheid geld ontleent aan een centraal fonds waaraan alle leden hebben bijgedragen.

Daardoor moet minder beroep worden gedaan op de kapitaalmarkt en zal de rente minder sterk stijgen. Het vermijdt eveneens te moeten snoeien in de uitgaven om het begrotingstekort onder controle te houden. Dat de begroting niet procyclisch wordt verkrapt, zou bovendien de huishoudens en de bedrijven sterken in hun geloof dat de recessie uiteindelijk minder diep en korter zal zijn en het zou voorkomen dat de door beleggers vereiste risicopremie, d.w.z. de spread versus Duitsland, al te sterk stijgt. Het IMF benadrukt bovendien dat een land de middelen van het stabilisatiefonds alleen zou kunnen aanspreken als het in de afgelopen jaren een begroting in lijn met de gezamenlijk vastgestelde doelstellingen heeft voorgelegd. Dat is duidelijk een bijkomend voordeel van het voorgestelde systeem: solidariteit en discipline gaan hand in hand. De sceptische reactie in Duitsland op het initiatief van minister Scholz herinnert er echter aan dat er nog een hele weg te gaan is om het vertrouwen onder de leden van de eurozone te versterken. We kunnen alleen maar hopen dat de eurogroepvergadering van begin december de bevestiging brengt dat er inderdaad een stap voorwaarts is gezet en dat een informeel voorstel de basis heeft gelegd voor een concreet stappenplan dat zou worden besproken op de Europese top van 13 en 14 december.

Unemployment and public finances