Sentimentindicatoren geven weer hoe gezinnen en bedrijven de elementen inschatten die een invloed hebben op hun economische situatie. Aangezien psychologische factoren een belangrijke rol spelen in beslissingen over uitgaven, vormen ze een bijzonder nuttige aanvulling op cijfers over productie, inkomens enz. De voorbije twaalf maanden zijn de cijfers over het economische sentiment aanzienlijk verbeterd. De inkoopmanagersindex voor de industrie in de eurozone van IHS Markit bereikte in oktober zijn hoogste peil in 80 maanden en noteerde voor de component werkgelegenheid hoger dan ooit. Een andere belangrijke indicator is de index van het economische sentiment (ESI) van de Europese Commissie. Die kwam afgelopen maand uit op 114,0, het hoogste peil sinds januari 2001 en slechts 5% onder het recordniveau van 119,0 van mei 2000. Wanneer we de spreiding van de gegevens bekijken, die teruggaan tot januari 1985, valt de score van de afgelopen maand in het 96e percentiel. Beter kan bijna niet.

Uiteraard vertellen die cijfers ons niets over wanneer of op welk niveau de volgende cyclische piek wordt bereikt. Het is best mogelijk dat de index een nieuw record neerzet. Zo bereikte de IFO-index van het ondernemersvertrouwen in Duitsland in oktober een nieuw hoogtepunt. Bovendien ogen de fundamentele factoren gezond en houdt de huidige expansiefase dus wellicht nog enige tijd aan. Hoewel de ECB vorige week aankondigde de kwantitatieve versoepeling terug te schroeven, blijft ze een heel soepel beleid voeren. De bbp-kloof is nog altijd negatief, dus heeft de economie ruimte om nog enige tijd sterker te groeien dan haar langetermijnpotentieel. Hoe langer en hoe groter de expansie, hoe meer het vertrouwen en dus ook de bestedingen toenemen. Ook banencreatie speelt een rol in die zelfversterkende dynamiek. En tot slot is ook het mondiale klimaat gunstig.

Eurozone ESI

Dat alles rechtvaardigt optimisme ten aanzien van de vooruitzichten voor 2018. Niettemin vraagt een voorzichtige beslisser, die rekening houdt met een brede waaier van risico’s en onzekerheden, zich misschien af wat er gebeurt wanneer de trend keert. Zoals uit de grafiek blijkt, werden pieken in de ESI in het verleden gevolgd door een daling van 8% tot 15% in de volgende twaalf maanden. Dat is een groot verschil en het resultaat van simulaties op basis van de statistische relatie tussen de ESI en het bbp – inderdaad een verre van volmaakte aanpak – kan uitkomen op een pure vertraging van de groei tot het langetermijnpotentieel of helemaal geen groei. Dat verklaart ten dele waarom een daling van de sentimentindicatoren tegelijk de toegenomen onzekerheid weerspiegelt én vergroot.