Na de publicatie begin juni in de VS van het (belangrijke) cijfer van het aantal nieuwe banen en een snellere loonstijging in mei slaakten de financiële markten een zucht van opluchting. Een heel verschil met begin februari, toen de inflatie en de lonen hoger uitkwamen dan verwacht en de volatiliteit plots opflakkerde!

Het feit dat cijfers die op een gestage groei wijzen op een zucht van opluchting werden onthaald illustreert logischerwijs de bezorgdheid bij beleggers over een eventueel tempoverlies van de Amerikaanse groei. Een combinatie van factoren kan die bezorgdheid verklaren. De recente stijging van diverse opkomende valuta’s herinnert eraan dat het Amerikaanse monetaire beleid internationale gevolgen heeft die, van de weeromstuit, de Amerikaanse economie kunnen treffen via de duurdere dollar of de dalende export. Het dreigende protectionisme is een andere factor. Hogere belastingen op import bieden inderdaad een voordeel voor Amerikaanse producenten, maar ze doen waarschijnlijk ook de inflatie stijgen wat negatief uitpakt voor de winsten van veel bedrijven en voor de koopkracht van de huishoudens. Bovendien vergroten ze de onzekerheid omdat nog niet duidelijk is welke sectoren met vergeldingsmaatregelen te maken zullen krijgen wat een rem op de investeringen zet. De politieke onrust in Italië veroorzaakte tot slot volatiliteit waardoor zelfs de Amerikaanse langetermijnrente daalde omdat beleggers naar veilige havens vluchtten. Dat heeft mogelijk eveneens een domper op het vertrouwen in de VS gezet.

Die bezorgdheid over de groei kan verbazen aangezien de bepalende factoren voor de uitgaven van de huishoudens (inkomensgroei, rente, vertrouwen, vermogensgroei) gunstig blijven. Eenzelfde conclusie dringt zich op voor de bedrijfsinvesteringen (winstgroei, rente, toegang tot financiering). En laten we bij dat alles ook de belastingverlagingen niet vergeten die de huishoudens en de bedrijven een extra impuls zullen geven. Uit de toon van de leiders van de Federal Reserve spreekt vertrouwen. Zo verklaarde Lael Brainard, lid van de raad van bestuur, onlangs dat de capaciteitsbenutting zal stijgen dankzij de belastingmaatregelen die de nu al boventrendmatige groei nog gaan aanwakkeren. Het vandaag gematigd inschikkelijke monetaire beleid zou dus op termijn gematigd krap moeten worden.

Hierdoor duikt onder beleggers een nieuwe factor van bezorgdheid op: hoe zal de Federal Reserve op de ontwikkeling van de inflatie reageren? Een inflatie die zowel het doel van de centrale bank als de verwachtingen van analisten voorbijschiet, zou de vrees voeden dat de Fed agressiever dan verwacht optreedt. Dat risico is inderdaad reëel. De werkloosheid is al erg laag en de gestage groei zet de arbeidsmarkt nog meer onder druk. Het monetaire beleid blijft inschikkelijk, zij het in mindere mate dan voorheen, en door de fiscale stimuleringsmaatregelen in een economie die nu al op volle toeren draait gaat de inflatie waarschijnlijk omhoog. Hogere invoerrechten op staal en aluminium zullen tot slot de prijzen in bepaalde sectoren doen stijgen. Het is dus zeer waarschijnlijk dat de aandacht van beleggers bij een sterke terugkeer van het vertrouwen in de groeiverwachtingen verschuift naar het risico van een sneller oplopende inflatie, waarmee de slinger opnieuw naar de andere kant doorslaat. Die slingerbeweging is typerend voor een rijpe conjunctuur wat het geval is voor de Amerikaanse cyclus aangezien de economie er al sinds de zomer van 2009 groeit.