In deze economische cyclus gingen periodes van stijgende obligatierente gepaard met hogere aandelenkoersen. In de afgelopen maanden zijn aandelen echter buitengewoon sterk gestegen, wellicht dankzij het vooruitzicht van een lagere vennootschapsbelasting. De afgelopen week heeft aangetoond dat de markt uiterst gevoelig is voor economische verrassingen, wat op termijn de economische onzekerheid kan aanwakkeren.

Een eenvoudige zoekopdracht leert ons dat er deze week een enorm aantal artikelen verschenen waarin sprake was van een ‘gezonde correctie’. Of de forse terugval van Wall Street afgelopen dinsdag gezond was, hangt in grote mate af van de positie die je als belegger had ingenomen. Wie aan het uitkijken was naar een goed instapmoment, heeft daar vast een andere mening over dan wie had ingezet op een daling van de volatiliteit. Voor economen was het in elk geval een leerrijke week. Om te beginnen had de daling van de aandelenkoersen het verwachte domino-effect: een fikse toename van de impliciete volatiliteit (VIX), internationale besmetting en lagere rente op Amerikaanse staatsobligaties door de vlucht naar veilige havens. Ook de opeenvolging van bewegingen was interessant. Het heeft even geduurd, maar na de verrassende toename van de uurlonen afgelopen vrijdag ondervonden de aandelenkoersen dan toch druk van de stijgende trend van de langetermijnrente. De daling van de aandelenmarkt duwde vervolgens de obligatierente lager. Dat lijkt erop te wijzen dat wanneer de inflatie laat in de cyclus zou aantrekken, de totale stijging van de obligatierente mogelijk zal worden beperkt doordat aandelenbeleggers zenuwachtig reageren op de hogere rente. Zo’n ontwikkeling kan nog altijd de economische groei afremmen, maar dan eerder omdat de onzekerheid toeneemt dan omdat de obligatierente sterk oploopt.

De grafiek toont in dit verband het verloop van de S&P 500 tijdens periodes waarin de obligatierente een uitgesproken stijging doormaakte. De analyse start in 2008 en toont voor elke periode de datum waarop de obligatierente haar laagste punt bereikte en – tussen haakjes – de totale rentestijging. De rentestijging die eind 2008 begon, deed zich voor terwijl de economie nog in recessie was. Dat aandelen aanvankelijk daalden is dan ook weinig verrassend. Die periode vormt een uitzondering op de algemene vaststelling dat stijgende rente in deze economische cyclus gepaard gaat met stagnerende tot stijgende aandelenmarkten: het negatieve effect van de hogere rente op de aandelenkoersen wordt meestal ruim goedgemaakt door betere economische vooruitzichten en/of een afname van de gevraagde risicopremie (wat wijst op toegenomen vertrouwen in de toekomst). Wat de cyclus sinds september 2017 zo bijzonder maakt, is de ongewoon sterke stijging van de aandelenmarkten, die wellicht werd aangejaagd door het vooruitzicht van een lagere vennootschapsbelasting. De keerzijde van die medaille is dat de gevoeligheid voor onaangename verrassingen is toegenomen. De afgelopen week was in dat opzicht een nuttige herinnering. Op termijn kan dat ook de onzekerheid over de economie aanwakkeren.