Het verloop van wisselkoersen kan door veel factoren worden bepaald: monetair beleid, inflatie, de handelsbalans of de lopende rekening, kapitaalstromen, de geloofwaardigheid van de centrale bank, enz. In de praktijk grijpt men vaak terug naar het verschil in nominale langetermijnrente tussen twee landen. Dit is een beperkte en imperfecte indicator. Weliswaar omvat hij verwachtingen over de oriëntering van het monetair beleid maar er wordt geen rekening gehouden met het feit dat de hoge nominale rente gewoon een compensatie inhoudt voor hoge verwachte inflatie. In dat geval zou een hoge rente niet tot een versteviging van de munt moeten leiden.

De grafiek toont een puntenwolk met enerzijds wijzigingen in de spread tussen de Duitse overheidsobligatierente op 10 jaar en die in de VS met eenzelfde looptijd en anderzijds de wijziging in de waarde van de euro tegenover de Amerikaanse dollar. Het gaat om maandobservaties die starten in 2000.

 EUR USD

 

Uit de grafiek blijken drie zaken:

  1. Er bestaat een zekere positieve relatie (zoals kon worden verwacht)
  2. Er zijn veel waarnemingen waar de relatie het verkeerde teken heeft (het kwadrant in het zuidoosten en dit in het noordoosten)