Recent legden het IMF, de BIB en de OESO in hun publicaties de nadruk op het zwakke herstel van de bedrijfsinvesteringen sinds de crisis. Europa maakt hierop geen uitzondering, integendeel. Verrassend is dit niet in het licht van de kwakkelende groei van het bbp en de impact daarvan op de capaciteitsbenutting en op de winstgevendheid van de bedrijven. Wel zorgwekkend is dat bedrijven mogelijk verkiezen om in het buitenland te investeren. Recent zagen we immers een sterke fusie- en overnameactiviteit. Via buitenlandse directe investeringen (BDI) kopen ze participaties in buitenlandse ondernemingen waardoor ze bijv. toegang krijgen tot productiecapaciteit in landen met lagere lonen of een flexibelere arbeidsmarkt. Sommigen zouden zelfs kunnen aanvoeren dat er een wisselwerking is tussen buitenlandse directe investeringen en binnenlandse kapitaaluitgaven.

De grafiek vergelijkt voor een groot aantal landen de gemiddelde groei van de buitenlandse directe investeringen en de bedrijfsinvesteringen in machines en apparatuur. Om de vergelijking te vergemakkelijken is alles uitgedrukt in nominale termen en in Amerikaanse dollar.

nominal GFCF in machinery & equipement

Uit de grafiek blijkt dat er een positieve correlatie bestaat tussen de bruto-investeringen in vaste activa en de buitenlandse directe investeringen: landen met een sneller (of minder negatief) groeitempo van de investeringen in machines en apparatuur kennen doorgaans een snellere groei van de buitenlandse directe investeringen wat op een complementariteit (veeleer dan op een vervangingseffect) wijst. Hij toont ook aan dat de BDI-groei sterker is dan de groei van de kapitaaluitgaven. Dat kan op een voortgezette globaliseringstrend wijzen. Eén kanttekening toch: BDI slaat op bedrijven die een aanzienlijk belang (ten minste 10% van de stemrechten) in een buitenlandse onderneming kopen. Dat betekent nog niet dat de productiecapaciteit in die buitenlandse onderneming die van het investerende bedrijf vervangt. Mogelijk wijst de positieve correlatie er gewoon op dat een groeiend vertrouwen in de toekomst zowel de binnenlandse investeringen als de buitenlandse directe investeringen stuwt.