De Verenigde Staten zien zich geconfronteerd met een verkrapping van de monetaire omgeving hoewel de centrale bank haar rente nog niet heeft verhoogd. Hierna belichten we alle factoren en omstandigheden die daartoe hebben geleid.

Ooit werd de impact van het monetaire beleid op de economie hoofdzakelijk op basis van de schommelingen in de korte- en langetermijnrente geanalyseerd. Gaandeweg zagen economen echter in dat er een bredere indicator nodig was om de monetaire trend te beoordelen. Een wijziging van de officiële rente of zelfs gewoon de anticipatie van een dergelijke wijziging heeft immers via diverse kanalen gevolgen voor de economie. Zo ontstond de indicator van de financiële en monetaire voorwaarden die niet alleen de korte- en langetermijnrente op overheidspapier omvat, maar ook het renteverschil tussen bedrijfs- en staatspapier, de evolutie van de beurs, de wisselkoersen en het kredietvolume. Soms behoren de vastgoedprijzen ook tot dat pakket. Al die factoren worden beïnvloed door het monetaire beleid en beïnvloeden op hun beurt het bbp. Bovendien is gebleken dat dit type van indicator de schommelingen in de groei beter kan verklaren dan een uitleg die uitsluitend op de officiële rente is gebaseerd.

In de Verenigde Staten stijgt deze indicator al meerdere maanden op rij vrij aanzienlijk wat op een verkrapping van de monetaire voorwaarden wijst. Die vaststelling is frappant, zeker omdat de Federal Reserve de rente van de Federal Funds nog niet heeft verhoogd. Er spelen dus nog andere factoren. Een eerste factor is de verwachting dat de Fed haar beleid verkrapt. Dit droeg bij aan een aanzienlijke versteviging van de dollar vergeleken met het gemiddelde van de valuta’s van handelspartners van de Verenigde Staten waaronder de euro en aan een stijging van de obligatierendementen. Een tweede factor is de groeivertraging in veel opkomende landen wat hun valuta’s heeft verzwakt. Die tweede factor is nauw verbonden met de derde, namelijk de kelderende grondstoffenprijzen. Dat is een gevolg van een effect aan vraagzijde (vertraging van de groei, meer bepaald in China), een effect aan aanbodzijde (stijging van de productiecapaciteit – denken we maar aan schalieolie in de Verenigde Staten) en een dollareffect (een stijging van de dollar drukt de grondstoffenprijzen). Al die effecten monden uit in een aanzienlijke daling van de valuta’s van landen die grondstoffen exporteren. De vierde factor is een stijging van het renteverschil tussen bedrijfsobligaties en schatkistpapier uit de VS. Dit fenomeen treft vooral hoogrentend schuldpapier dat te lijden heeft van de slechtere kwaliteit van schalieolieproducenten die sterk vertegenwoordigd zijn in dit segment. Het laatste element is een verhoogde volatiliteit op de beurs.

De verkrapping van de monetaire voorwaarden is dus een indirect gevolg van de hardere taal van de Federal Reserve en van de verwachtingen die dit in het leven roept. Op basis van deze dynamiek in combinatie met de afwezigheid van een aanzienlijke versnelling van de inflatie en de lonen en een meer onzekere internationale omgeving verwachten we een erg langzame verkrappingscyclus die in december dit jaar begint met een gecumuleerde stijging van de basisrente die beduidend onder die van vorige cycli blijft.