In de wereldeconomie mag de zon dan al schijnen, toch verschijnen er meer wolken aan de horizon. Denken we maar aan de groeiende bezorgdheid over handelsconflicten… “, aldus Christine Lagarde in de IMF-blog van deze week. Eenzelfde gevoelige snaar raakte de OESO bij de presentatie van de tussentijdse verwachtingen. Handelsconflicten komen en gaan. De grafiek toont de dagelijkse frequentie van de woorden ‘handelsoorlog’ of ‘protectionisme’ in teksten van Bloomberg. Er lijkt niets nieuws te zijn onder de zon. Toch is er sinds eind 2016 een duidelijk verschil merkbaar wat het gebruik van het woord ‘protectionisme’ betreft. Als we de media even terzijde laten, zien we sinds de Grote Recessie een duidelijke trend richting meer protectionisme. Bovendien is het een breed gedragen fenomeen in termen van het aantal landen dat dergelijke maatregelen neemt.

BLOOMBERG: dagelijkse gebruiksfrequentie VAN ‘handelsoorlog’ of ‘protectionisme’:

Bloomberg : daily frequency of Trade war and Protectionism

De gevolgen van invoerrechten (taksen op import) zijn complex en ze verschillen naargelang de invalshoek van waaruit je het bekijkt: macro-economie, sector of micro-economie. Laten we het voorbeeld nemen van de Amerikaanse invoerrechten op staalproducten. Die hebben twee effecten: een vervangingseffect (import wordt vervangen door Amerikaanse productie voor zover dit kan en aan de verwachtingen van de klanten voldoet) en een herverdelingseffect van de exportlanden (minder activiteit) naar de Amerikaanse producenten (meer activiteit). Voorts is er ook een herverdelingseffect tussen de sectoren in de VS: lokale staalproducten zien hun productie en winsten stijgen, maar hun klanten betalen meer voor staal dan voorheen waardoor hun winstcijfers dalen. Ze kunnen daarop reageren door hun kosten (aantal banen) te drukken en minder te investeren. Ook de consument betaalt meer voor staal wat op de privébestedingen kan wegen. De overheidsinkomsten stijgen dan weer dankzij de invoerrechten. De staalprijzen van exportlanden worden minder concurrerend op de Amerikaanse markt. Ze leiden hun export daarom af naar andere landen waar er een overaanbod van staal ontstaat. Dat was de recente boodschap van Europese staalbedrijven: wat in feite als een bilateraal struikelblok begon, groeit uit tot een multilateraal probleem.

In de VS kunnen de maatregelen rond invoerrechten de inflatie aanzwengelen bij een aanzienlijke overstap naar binnenlandse leveranciers in een economie die nu al volledige werkgelegenheid kent. Het kan ook stagflatie in de hand werken als de verschuiving in het aanbod beperkt blijft en als de eindverbruiker voor de invoerrechten moet opdraaien. In beide gevallen moet de Federal Reserve mogelijk reageren wat uiteindelijk op de financiële markten en indirect ook op de privébestedingen kan wegen. Ook de economische omvang van de geïmpacteerde import en eventuele vergeldingsmaatregelen spelen in dit alles rol. Het is best mogelijk dat de directe macro-economische impact erg beperkt blijft, maar de gevolgen voor specifieke sectoren of bedrijven kunnen enorm zijn wat op zijn beurt negatieve indirecte gevolgen kan hebben (zoals volatiliteit in de obligatie of aandelenmarkten). Het grootste punt van zorg is eenvoudigweg dat invoerrechten kunnen uitmonden in een lange periode van onzekerheid wat een rem op de wereldeconomie zou zetten.