Uit een recente peiling bij 469 CFO’s van Amerikaanse bedrijven blijkt dat 84% tegen het eerste kwartaal van 2021 in de VS een recessie verwacht[1]. Dat bijzonder hoge percentage baart zorgen, want uit empirisch onderzoek in de VS is gebleken dat de winstverwachtingen van CFO’s voor de komende twaalf maanden sterk gecorreleerd zijn met de geplande en effectieve bedrijfsinvesteringen[2]. Als veel CFO’s een recessie verwachten, lijkt het aannemelijk dat dit zich vertaalt in lagere winstprognoses en minder investeringen. Die negatieve verwachtingen kunnen een terugval zelfs in de hand werken: de vrees voor een recessie brengt dan uiteindelijk zelf een recessie teweeg. Voorlopig is daar in de cijfers echter nog geen spoor van terug te vinden: de verwachting is dat de omzet met 6,3% stijgt en de investeringen met 8,2% toenemen[3]. Bovendien nam het ‘optimisme over het eigen bedrijf’ na een kort dipje in december in maart toe tot 70,4%. Het optimisme over de economie in het algemeen is daarentegen verder geslonken. Dat kan tot de overtuiging leiden dat er een recessie aankomt en zo de plannen van ondernemingen beïnvloeden.

Indicatoren van het ondernemersvertrouwen zijn een belangrijke bron van informatie voor economische analyses. Peilingen zijn doorgaans sneller beschikbaar dan enkele factoren die de bedrijfsinvesteringen bepalen, zoals de winstcijfers[4]. Een positieve correlatie tussen het ondernemersvertrouwen en bedrijfsbeslissingen op het vlak van aanwerving, marketing en investeringen kan louter een afspiegeling zijn van de verwachting dat de kerncijfers van bedrijven (omzet, winstgevendheid, financieringskosten enz.) verbeteren. In die zin vervult het ondernemersvertrouwen een signaalfunctie.

De verhouding tussen het ondernemersvertrouwen en de bedrijfsbeslissingen kan echter ook verband houden met ‘dierlijke instincten’. Met dat begrip omschreef John Maynard Keynes een irrationele dwang om iets te doen. Vandaag verwijst het naar “onze opmerkelijke relatie met ambiguïteit of onzekerheid. Soms worden we erdoor verlamd. Op andere momenten krijgen we hierdoor verfrissende nieuwe energie waarmee we onze angsten en besluiteloosheid overwinnen.[5] Het gevolg daarvan is dat er een discrepantie kan ontstaan tussen de kerncijfers van bedrijven en hun beslissingen, al naargelang de bedrijfsleiding optimistisch of pessimistisch gestemd is.

Een recente paper van Enders et al[6] gaat na wat dat concreet inhoudt. De auteurs vergeleken op bedrijfsniveau de antwoorden op peilingen naar het ondernemersvertrouwen in Duitsland met de prijsvormings- en productiebeslissingen. Daarbij filterden ze de invloed van de kerncijfers weg. Ze kwamen tot de conclusie dat optimistische (pessimistische) bedrijven hun productie sterker optrekken (terugschroeven) dan bedrijven die de toekomst neutraal tegemoetzien. Ze verhogen (verlagen) ook sneller hun prijzen. Zoals gezegd kunnen die resultaten zowel voortvloeien uit de verwachting dat de bedrijfscijfers verbeteren als uit zuiver dierlijke instincten. Om het onderscheid hiertussen te maken, keken de auteurs naar prognosefouten: bedrijven die uiteindelijk te optimistisch of pessimistisch bleken, lieten zich leiden door dierlijke instincten. De hiervoor aangetoonde correlatie tussen vertrouwen en productie- en prijsbeslissingen geldt ook voor bedrijven waarvan het optimisme of pessimisme onterecht bleek en die dus prognosefouten maakten: dierlijke instincten spelen dus wel degelijk een rol. Tot slot stelden ze een indicator samen van het globale optimisme of pessimisme en het verband daarvan met schommelingen in de brede economie. De industriële productie en het prijspeil reageren sterk en aanzienlijk op een toename van onterecht optimisme. Bij onterecht pessimisme is het effect veel kleiner en – voor de industriële productie – zelfs niet significant. In het licht daarvan hoeven we ons over de grote recessiekans uit de CFO-enquête van Duke University misschien wat minder zorgen te maken.

optimism

[1] Bron: Fuqua School of Business van Duke University / CFO Magazine Global Business Outlook, maart 2019.

[2] Gennaioli Nicola, Ma Yueran, Shleifer Andrei (2015), Expectations and Investment, NBER Working Paper Nr. 21260.

[3] Over de verwachte winstcijfers bevatte de peiling uit maart geen informatie.

[4] Zie voor een overzicht William De Vijlder, What is driving corporate investment, BNP Paribas, Conjoncture, september-oktober 2016.

[5] George A. Akerlof en Robert J. Shiller, Animal spirits – How human psychology drives the economy and why it matters for global capitalism, Princeton University Press, 2009 (eigen vertaling).

[6] Zeno Enders, Franziska Hünnekes en Gernot J. Müller, Firm expectations and economic activity, CESifo working paper 7623, april 2019.