Volgens Federal Reserve-voorzitter Jerome Powell zijn de fundamentele factoren van de Amerikaanse economie nog altijd solide. Voorbeelden daarvan zijn de bijzonder lage werkloosheid, de aanhoudende banencreatie, de toename van het reële beschikbare inkomen, de winstgevendheid van de bedrijven, het niveau van de reële rente enz. De vraag is echter of die solide fundamentele factoren ook hebben geleid tot solide groei.

Het Bureau of Economic Analysis meldde vorige week dat het reële bbp in het eerste kwartaal ten opzichte van het kwartaal voordien toenam met 3,2% op jaarbasis1. Op het eerste gezicht blaakt de economie dus van gezondheid en trekt de groei weer aan na een vertraging in het vierde kwartaal (2,2%). Een aandachtspunt is echter de kwaliteit van de groei. De consumentenbestedingen stegen met een magere 1,2%, de huizenmarkt kromp voor het vijfde kwartaal op rij en de investeringen in vaste activa maakten zo goed als pas op de plaats. De investeringen in intellectuele eigendommen namen daarentegen opnieuw sterk toe (+8,6%). De uitvoer steeg met 3,7%, maar de invoer daalde verrassend genoeg met 3,7%, waardoor de netto uitvoer de bbp-groei een flinke duw in de rug gaf. De overheidsbestedingen en -investeringen, tot slot, namen met 2,4% toe. Van de 3,2% bbp-groei kwam 0,82 procentpunt van de consumentenbestedingen (waarvan de helft afkomstig was van gezondheidszorguitgaven), 0,65 pp van voorraadopbouw, 0,58 pp van een afname van de invoer, 0,45 pp van de uitvoer, 0,41 pp van overheidsuitgaven (voornamelijk investeringen door deelstaten en lokale overheden) en 0,38 pp van investeringen buiten de huizenmarkt (volledig toe te schrijven aan intellectuele eigendommen). De huizenmarkt had een remmend effect (-0,11 pp). De grafiek toont de bijdrage van die componenten aan de groei op jaarbasis per kwartaal op langere termijn, sinds begin 20172. De huizenmarkt levert al verscheidene kwartalen op rij een negatieve bijdrage. Investeringen in vaste activa buiten de huizenmarkt hebben het afgelopen jaar nagenoeg voortdurend aan belang verloren. Tegelijk hebben de voorraadontwikkelingen sinds het derde kwartaal van 2018 een positief effect. Dat wijst erop dat de groei misschien wel solide is, maar de kwaliteit ervan mogelijk minder. Uit die cijfers kunnen we voor de komende maanden enkele mogelijke ontwikkelingen afleiden. De recente terugval van de invoer lijkt overdreven, dus valt een opleving te verwachten (als die zou uitblijven, zou dat een zorgwekkend signaal voor de toekomstige ontwikkeling van de totale vraag zijn). Het lijkt ook onvermijdelijk dat de bedrijven, die de afgelopen kwartalen hun voorraden hebben laten aanzwellen, gas terugnemen. Dat drukt wellicht de productie en dus uiteindelijk ook de groei. Bovendien kan de stijging van de reële effectieve wisselkoers sinds vorig voorjaar op de uitvoer gaan wegen.

BIJDRAGE AAN DE BBP-GROEI IN DE VS