Recent heeft China zijn inspanningen om de groei te stimuleren opgedreven. Sinds het tweede kwartaal van 2018 heeft het land het monetaire beleid voorzichtig versoepeld om het bankkrediet aan kmo’s te bevorderen en liquiditeit te injecteren (lagere verplichte reserveratio’s, openmarkttransacties). De overheid wil de particuliere binnenlandse vraag aanzwengelen, lokale overheden beter financieren om infrastructuurprojecten te steunen en de herfinanciering van bedrijfsschulden in geval van toenemende wanbetalingsrisico’s vereenvoudigen. De regering grijpt ook in hogere mate naar belastingmaatregelen. In januari 2019 zijn de belastingen voor huishoudens en bedrijven verlaagd. Andere begrotingsmaatregelen staan al op de agenda.

In die context lieten de cijfers waar de markten deze week reikhalzend naar uitkeken een gemengd beeld zien van de huidige toestand van de Chinese economie. Positief is dat de detailhandelsverkoop over de periode januari tot februari met 8,2% steeg vergeleken met een jaar eerder en dat de investeringen in infrastructuur met 4,3% aantrokken vergeleken met vorig jaar. De vastgoedinvesteringen versnelden eveneens tot 11,6%, een hoogtepunt over de afgelopen vijf jaar. Negatief was echter dat de groei van de investeringen in vaste activa van de privésector vertraagde tot 7,5% en dat de industriële productie over januari en februari jaar op jaar slechts met een tegenvallende 5,3% toenam. Het werkloosheidscijfer steeg in januari tot 5,3% versus 4,9% in december. Al met al gemengde cijfers dus, mogelijk deels als gevolg van de gebruikelijke volatiliteit in de periode van het Chinese Nieuwjaar. Anders gezegd, we moeten nog wat wachten voor een duidelijker beeld en bevestiging dat de recente monetaire en vooral de budgettaire stimulansen de groei inderdaad kunnen stabiliseren.

Dat is belangrijk voor de wereldeconomie. Uit de grafiek blijkt dat de binnenlandse vraag in China meer dan 14% van het wereldwijde bbp vertegenwoordigt. Een zwakke groei van de vraag zou dus wereldwijd grote gevolgen hebben. Sinds 2010 is de groei van het Chinese bbp goed voor bijna een derde van de groei van het wereldwijd bbp. Het is ook van belang voor landen die voor een aanzienlijk deel van hun export op China aangewezen zijn: Australië (33,7%), Brazilië (24,8%), Vietnam (17,0%), Indonesië (15,6%), de VS (7,8%) of Duitsland (7,1%)*. Het betekent tevens dat het belang van een handelsakkoord tussen China en de VS veel verder reikt dan dat van de twee partijen aan de onderhandelingstafel. Jammer genoeg blijkt uit de recente nieuwsberichten dat het lastiger is dan verwacht om een akkoord te bereiken.

*Bron: IMF, Direction of Trade Statistics, oktober 2018