Enquête-, activiteits- en bestedingsgegevens verbeteren in landen waar de lockdownmaatregelen werden versoepeld. Tegelijkertijd zijn er meer bedrijfsherstructureringen en aankondigingen van ontslagen waardoor de vooruitzichten voor de arbeidsmarkt maar somber zijn. Gezien het gewicht van huishoudelijk verbruik in het bbp[1] valt er veel te zeggen voor een boost aan de consumentenbestedingen om het herstel op koers te houden. Meerdere landen hebben hiervoor al initiatieven genomen, zoals Duitsland (tijdelijke btw-verlaging, stimuli om elektrische auto te kopen) en Frankrijk (stimuli om milieuvriendelijke auto’s te kopen).  In het algemeen kunnen allerlei maatregelen worden overwogen om uitgaven te stimuleren. Naast deze die al werden vermeld, zijn er vouchers, verlagingen van inkomstenbelastingen, belastingkredieten[2], negatieve inkomstenbelastingen[3], enz. De keuze hangt van verschillende factoren af. Ten eerste is er het gemak en de snelheid van implementering. Belastingverlagingen, belastingkredieten en negatieve inkomstenbelastingen scoren hier hoog, terwijl vouchers verdelen tijdrovender en administratief omslachtig is. Ten tweede is er de kwestie van hoe snel de extra koopkracht beschikbaar wordt. Voor btw-verlagingen kan dit, zodra ze bij wet zijn vastgelegd, snel gaan. Voor vouchers neemt dit meer tijd in beslag omdat het afhangt van de efficiëntie van het distributiesysteem terwijl een verlaging van de inkomstenbelasting enkel met een aanzienlijke vertraging leidt tot een hogere koopkracht. Een derde belangrijke overweging is de mogelijkheid om zich te richten op specifieke begunstigden. In plaats dat iedereen ervan profiteert, wil een regering misschien gezinnen met een laag inkomen bereiken of mensen die hun baan hebben verloren. Een dergelijke voorkeur kan om ethische redenen zijn – diegenen helpen die het meest lijden – maar ook om economische redenen omdat deze doelgroepen een hogere marginale neiging kunnen hebben om uit het extra inkomen te consumeren. Dus meer waar voor haar geld voor de economie in het algemeen. Dit type targeting is perfect haalbaar met vouchers en inkomstenbelastingmaatregelen maar niet met btw-verlagingen. Ten vierde kan met vouchers en btw-verlagingen sterk op bepaalde uitgavenposten worden gefocust. Dit lukt niet met de andere maatregelen. In een poging om twee vliegen in één klap te slaan, kunnen regeringen focussen op bepaalde goederen en diensten – bv. een subsidie om een elektrische auto te kopen heeft een economisch effect maar is ook welkom in de context van het klimaatveranderingsbeleid – om bepaalde sectoren te steunen die lijden onder de zwakke vraag en hoge werkloosheid of zich richten op activiteiten met een hoge binnenlandse toegevoegde waarde en laag importaandeel. Ten vijfde kunnen vouchers ook worden beperkt tot mensen die in bepaalde regio’s, steden en dorpen wonen. De beweegreden hiervoor is een groter multiplicatoreffect in die delen van een land die door een diepere recessie worden getroffen. Ook de regionale of lokale overheid kan een dergelijk programma invoeren. Inkomstenbelastingmaatregelen kunnen ook regionaal worden ingezet. Ten zesde is, in het geval van vouchers, de kostprijs van het initiatief vooraf bekend.[4] Voor verschillende andere maatregelen zal elke raming zeer onnauwkeurig zijn en afhangen van hypotheses. Tot slot is een belangrijke vraag wie de directe financiële begunstigde is[5]. Voor de meeste instrumenten is dit het gezin, maar bij een btw-verlaging zouden producenten, onder wie winkeliers, kunnen proberen om een deel van het voordeel voor zichzelf te houden door hun prijzen minder te verlagen dan de daling in indirecte belastingen.

Table Edito 20.26

Al met al heeft een vouchersysteem veel voordelen als het doel is om een nieuwe impuls te geven aan bestedingen, vooral omdat gerichte maatregelen mogelijk zijn met een maximale kostprijs die van meet af aan bekend is. De administratiekosten zijn wel aanzienlijk. Belastingkredieten scoren op de meeste vlakken ook hoog.

Als we focussen op vouchers en btw-verlagingen – maatregelen die de consumptie direct willen beïnvloeden – is de kernvraag uiteraard of ze macro-economisch doeltreffend zijn, in termen van impact op consumptie en bbp. Een essentiële voorwaarde is de tijdelijke aard van de maatregelen, die een stimulans creëren om snel de uitgaven te verhogen. Dit is veel minder waarschijnlijk bij een permanente btw-verlaging of als de vouchers niet zouden vervallen. Zoals met elke stijging van de binnenlandse vraag hangt het multiplicatoreffect af van het importlek – in hoeverre leidt een hogere binnenlandse vraag tot een hogere import – maar een cruciale factor is het bestaan van substitutie-effecten. Gezinnen kunnen beslissen om hun bestedingsniveau te behouden, maar met een andere financieringsmix: een deel inkomen, een deel vouchers of de extra koopkracht door de btw-verlaging. Een intertemporeel substitutie-effect is ook mogelijk: de consumptie wordt vervroegd, ten koste van toekomstige consumptie. Met zovele tegenstrijdige invloeden is het nuttig om voor een beter inzicht empirische onderzoeken te bekijken. Onderzoek naar een tijdelijk voucherprogramma in maart 1999 in Japan toont een positieve impact op uitgaven voor semiduurzame goederen, met een consumptiedaling na het einde van het programma.[6] Een landelijk voucherprogramma in Taiwan in 2009 daarentegen “heeft wellicht geen effect gehad op het stimuleren van de economie”.[7] Onderzoek naar de btw-verlaging in 2009 van zitrestaurants in Frankrijk stelt een beperkt effect voor consumenten vast, terwijl een daaropvolgende btw-verhoging een grotere impact had op de prijzen.[8] Als we, tot besluit, de verschillende manieren vergelijken om gezinsbestedingen te stimuleren, biedt een voucherprogramma veel voordelen omdat de doelgroep, de uiteindelijke begunstigden, het type besteding en de regionale dimensie nauwkeurig kunnen worden afgestemd.

[1] In 2019 vormde privéconsumptie 53,5% van het bbp in de eurozone, 53,7% in Frankrijk, 52,2% in Duitsland en 68,0% in de VS (gegevens op basis van nationale bronnen).

[2] Een belastingkrediet is een bedrag dat van de verschuldigde inkomstenbelastingen kan worden afgetrokken.

[3] Een negatieve inkomstenbelasting betekent dat belastingplichtigen die minder dan een bepaalde drempel verdienen, geld zouden krijgen van de overheid in plaats van inkomstenbelastingen te betalen.

[4] Om duidelijk te zijn, dit betreft de maximale kostprijs. In werkelijkheid zullen sommige mensen de vouchers niet gebruiken, waardoor de kostprijs van het programma nog daalt.

[5] Een maatregel heeft een directe begunstigde – die van de voucher, belastingverlaging, enz. profiteert – en indirecte begunstigden, die voordeel halen uit de hogere uitgaven van de directe begunstigden.

[6] Did Japan’s shopping coupon program increase spending? Chang-Tai Hsieh, Satoshi Shimizutani, Masahiro Hori, Journal of Public Economics, 2010, pp. 523–529. Semiduurzame goederen bestaan uit kleding, schoeisel, sportartikelen, videogames, computerhardware en -software en boeken. Het programma was gericht op gezinnen met jonge kinderen alsook ouderen. De vouchers moesten in de lokale gemeenschappen worden besteed.

[7] Did the Consumption Voucher Scheme Stimulate the Economy? Evidence from Smooth Time-Varying Cointegration Analysis, Feng-Li Lin and Wen-Yi Chen, Sustainability, 2020

[8] Wie heeft geprofiteerd van de btw-verlagingen voor zitrestaurants in juli 2009? Youssef Benzarty and Dorian Carloni, Institut Politiques Publiques, note n° 32, 2018 In het Frans: Qui a bénéficié de la baisse de la TVA dans la restauration en 2009?