Gemengde signalen maken het moeilijk om helder te zien. Dat is zo in het echte leven, maar ook voor wie de economische omstandigheden en vooruitzichten tracht in te schatten. De peilingen die afgelopen week over mei verschenen, illustreren dat uitstekend.

De voorlopige raming van de indicator van het consumentenvertrouwen van de Europese Commissie klom hoger en zette de positieve trend sinds begin dit jaar voort. De voorlopige inkoopmanagersindices (PMI’s) van IHS Markit voor Duitsland zetten de kloof tussen de dienstensector, die betrekkelijk sterk blijft groeien, en de verder verzwakkende verwerkende industrie nog maar eens in de verf. De Ifo-index van het ondernemersvertrouwen zakte verder weg doordat bedrijfsleiders de huidige situatie minder positief inschatten, terwijl hun verwachtingen voor de toekomst ongewijzigd bleven. In de verwerkende industrie verbeterden de vooruitzichten voor het eerst sinds september vorig jaar zelfs. Het ondernemersvertrouwen in de dienstensector viel sterk terug doordat het huidige klimaat verslechterde en de vooruitzichten versomberden. De bouwsector beleeft nog steeds hoogtijdagen.

ONDERNEMERSVERTROUWEN IN FRANKRIJK EN DUITSLAND

In Frankrijk schetst de voorlopige PMI van IHS Markit een positiever beeld dan in Duitsland: “De bescheiden stijging was te danken aan de dienstensector, die zijn snelste groei sinds november liet optekenen. In de verwerkende industrie daalde de productie opnieuw, al was de achteruitgang minder groot en fragmentarisch.”[1] Volgens het INSEE bleef het ondernemersvertrouwen (dat eind vorig jaar een dieptepunt bereikte) in mei per saldo stabiel door een aanzienlijke verbetering in de verwerkende industrie en een achteruitgang in de detailhandel en – in mindere mate – de dienstensector. Ook de werkgelegenheidsverwachtingen verzwakten, maar blijven op een hoog niveau.

Voor de eurozone als geheel bleef de voorlopige samengestelde PMI nagenoeg status quo ten opzichte van april. De industriële productie nam verder af, terwijl de dienstensector blijft groeien, zij het wat langzamer.

Wie van te dichtbij naar een puzzel tuurt, dreigt alleen losse stukjes te zien. Wat afstand nemen kan nodig zijn om het hele plaatje te bekijken. De hittekaart van de PMI’s toont dat de verwerkende industrie in de eurozone al vier en in Duitsland al vijf maanden krimpt. De index noteert ver beneden de 50, met name in Duitsland. De jongste tijd stabiliseert het cijfer echter. Tegelijk merken we enige verbetering in Frankrijk, waar de index opnieuw boven de 50 is geklommen. De nieuwe exportbestellingen trekken recent wat aan, maar blijven onder de 50. Duitsland zit zelfs ver onder die grens tussen groei en krimp.

Hittekaart

De dienstensector, tot slot, bleef de afgelopen maanden in de eurozone zo goed als stabiel (en boven de 50). Het dipje van Frankrijk rond de jaarwisseling is achter de rug en Duitsland, dat een zwak vierde kwartaal kende, is begin dit jaar opgeveerd. De index noteert opnieuw ruim boven de 50 en staat zelfs wat hoger dan een jaar geleden. In combinatie met de gebruikelijke positieve fundamentele factoren (werkgelegenheid, banencreatie, loongroei – die met 2,24% zijn hoogste niveau sinds eind 2012 heeft bereikt – lage rente en ruim voorradige financiering) boezemt dat enig vertrouwen in voor de toekomst. Of dat zich ook vertaalt in de groeicijfers, hangt in ruime mate af van externe factoren. De indicator van de vooruitzichten voor de wereldhandel die de WTO afgelopen week publiceerde, laat uitschijnen dat de zwakte ook in het tweede kwartaal aanhoudt. Bovendien zal veel afhangen van hoe de handelsgesprekken tussen de VS en China zich ontwikkelen (een oplossing lijkt verder weg dan ooit), wat er van de brexit wordt en wat de VS uiteindelijk beslissen over de invoerrechten op auto’s – een cruciaal thema voor Duitsland en Europa. Samengevat biedt de kwantitatieve en niet-kwantitatieve informatie enige gemoedsrust, maar neemt ze de bezorgdheid niet weg, vooral om redenen waarover de eurozone geen zeggenschap heeft.

[1] Bron: persbericht IHS Markit voorlopige PMI Frankrijk, 23 mei 2019.