Consumenten en investeerders moeten bij hun keuzes wel meedeinen op de golven van het sentiment, d.w.z. op de bewegingen van de conjunctuurpeilingen. Amper 12 maanden geleden had de golf zijn piek bereikt. Begin dit jaar vragen we ons af waar hij uiteindelijk zal stukslaan in de branding. De conjunctuurpeilingen spelen een belangrijke rol in de economische analyse. Ze trachten de kloof te dichten tussen het tijdstip van de analyse en de laatst beschikbare cijfers. Het is precies die kloof die het lastiger maakt om te voorspellen welke kant het met de economie opgaat dan met bijvoorbeeld het weer. Weervoorspellers weten ten minste welk weer het is op het ogenblik dat ze hun voorspellingen doen. Een econoom weet ten hoogste dat de zon een maand geleden hoog aan de hemel stond. De conjunctuurpeilingen trachten die achterstand in de informatie goed te maken. Sommige aan het begin van de maand gepubliceerde stemmingsindicatoren (zoals de inkoopmanagersindices) weerspiegelen het sentiment van de respondenten over de afgelopen maand, terwijl andere ook een ‘verwachtingscomponent’ bevatten waarmee we een beeld krijgen van hun vooruitzichten. Die peilingen zijn dus vrij subjectief waardoor ze zich aan overdreven optimisme of pessimisme kunnen bezondigen. Die sterke alternantie is overigens een klassiek fenomeen. Al in 1927 stelde de econoom Arthur Pigou dat er op een periode van euforie vaker een periode van depressie dan één van sereniteit volgt.

Zo hebben de opeenvolgende records van meerdere cijfers uit de peilingen in de tweede helft van 2017 ongetwijfeld de groeiverwachtingen voor 2018 omhoog gestuwd. Door de tegenvallende economische cijfers voor de eurozone en de naar beneden bijgestelde groeiverwachtingen kwamen we dus vervolgens des te harder weer met beide voeten op de grond terecht. Interessant is wel dat de verwachtingen van het IMF voor 2019 nu opnieuw min of meer aanknopen bij het niveau van die uit oktober 2017 en dat de recente neerwaartse bijstellingen de eerdere opwaartse bijstellingen in feite alleen neutraliseren. De omslag in het sentiment in 2018 is slechts gedeeltelijk te verklaren door verwachtingen die achteraf overdreven optimistisch bleken te zijn. Vooral factoren waarvan begin 2018 amper sprake was (de Chinese vertraging, de dreigende handelsoorlog of een harde brexit) hebben roet in het eten gegooid. Ook tijdelijke factoren zoals de aanpassing aan de nieuwe emissienormen in de autosector droegen bij aan de vertraging.

Geen wonder dus dat de beoordeling van de recente activiteit, maar ook die voor de komende maanden lager uitviel. Er is dan ook een reëel risico dat dit een zichzelf voedende vicieuze cirkel wordt: twijfel over de vooruitzichten remt de uitgaven en de groei af wat de eerdere twijfel alleen maar bevestigt en het gevoel dat de economie er slecht aan toe is versterkt. Vandaar mijn beeldspraak dat we kopje-onder kunnen gaan als we meedeinen op de golven van het sentiment. Laten we vooral niet vergeten dat de groei afhangt van de winst- en omzetcijfers, de financieringsvoorwaarden, de vooruitzichten dienaangaande en ons vertrouwen in de eigen voorspellingen. Dat vertrouwen hangt nauw samen met het niveau van de onzekerheid. Is dat niveau hoog, dan is het vertrouwen in de eigen vooruitzichten laag en hebben zelfs relatief gunstige verwachtingen geen positieve impact meer op de beslissingen van consumenten en investeerders. Er is hoop dat de onzekerheid de komende maanden afneemt: de Verenigde Staten en China hebben er allebei belang bij dat er een handelsakkoord komt. We blijven ook geloven dat een brexit zonder akkoord kan vermeden worden. Wel kan de Amerikaanse overheid met maatregelen tegen de Europese autosector dreigen. Een robuuste arbeidsmarkt en aantrekkende lonen zijn dan weer geruststellend voor de inkomensgroei van de huishoudens. Volgens de consensusverwachting van de analisten blijven de bedrijfswinsten in 2019 gestaag stijgen, zij het minder snel dan in 2018. Tot slot blijven de financieringsvoorwaarden gunstig, zowel voor het bankkrediet als voor de bedrijven die geld ophalen op de kapitaalmarkten. Ook positief is dat het begrotingsbeleid in de eurozone wellicht wat ruimer wordt. Op basis van die factoren kunnen we dus besluiten dat de peilingen zich behoudens nieuwe grote onzekerheid mogelijk geleidelijk gaan stabiliseren wat de huishoudens en de bedrijven verse moed zal geven.