Napoleon zei ooit: “Ontwaakt China, dan zal de wereld beven”. We kunnen dit ook omdraaien en zeggen: slaapt China, dan sluimert de rest van de wereld. Het Chinese bbp vertegenwoordigt immers circa 15% van het wereldwijde bbp. Een zwakkere groei in China moet dus wel besmettingseffecten veroorzaken. Hoe sterk die effecten doorwerken, hangt af van de aard van de vertraging (de importinhoud van de trager groeiende componenten in de eindvraag) en van het belang van China als handelspartner.

EXPORTSENTIMENT EN BLOOTSTELLING AAN CHINA

De horizontale as van grafiek 1 toont de export naar China als een percentage van de totale export[1]. De verticale as toont de wijziging over de afgelopen twaalf maanden in de beoordeling van de component nieuwe exportorders. Met uitzondering van Nederland en Oostenrijk lijkt er een verband te zijn tussen het gewicht van China als exportbestemming en de wijziging in de beoordeling van die component. In Nederland en Oostenrijk, twee landen die minder gevoelig zijn voor de ontwikkelingen in China, is het exportsentiment toch sterk gedaald, waarschijnlijk door het grote belang in hun export (resp. 24% en 30%) van Duitsland waar de groei het afgelopen jaar fors vertraagde. Grafiek 2 focust op Duitsland en toont de nauwe correlatie tussen de Chinese PMI van Caixin en de beoordeling van de exportcomponent in de Duitse PMI. De ontwikkelingen in China verklaren niet alles maar maken wel duidelijk dat Duitsland en bij uitbreiding ook heel Europa alleen maar kunnen hopen dat de recente groeibevorderende maatregelen van China effect sorteren.

[1] Voor de lidstaten van de eurozone bestaat de totale export uit export naar landen binnen en buiten de eurozone. Voor de eurozone als geheel betreft de export vanzelfsprekend alleen export naar landen buiten de eurozone. Dat verklaart waarom het aandeel van de export naar China in de export van de eurozone zo hoog is vergeleken met de afzonderlijke lidstaten van de eurozone.