Na het recente Frans-Duitse voorstel voor een herstelfonds van 500 miljard euro en de ijzige reactie van Oostenrijk, Nederland, Denemarken en Zweden, waren alle ogen gericht op de Europese Commissie. Het voorstel dat deze week onder de naam Next Generation EU werd gepresenteerd, is doordacht, uitvoerig, ambitieus en creatief. De vraag blijft niettemin in welke vorm het uiteindelijk zal worden geïmplementeerd. Het is doordacht omdat het analytisch onderbouwd is. Het bijgevoegde document[1] van de diensten van de Commissie legt zeer goed uit waarom een gezamenlijke actie, waaronder transfers, op dit ogenblik noodzakelijk is. De schok van de pandemie is symmetrisch omdat ze alle landen treft, maar de gevolgen ervan zijn asymmetrisch omdat sommige landen zwaarder zijn getroffen qua aantal besmettingen, waardoor een strengere en langere lockdown vereist is, met zwaardere klappen voor de economie. Verschillen kunnen ook ontstaan vanuit de sectorstructuur, het belang van kleine ondernemingen, die doorgaans financieel minder veerkrachtig zijn, of de aanwezigheid van onderontwikkelde kapitaalmarkten. Daarenboven verkleint de hoge schuldenlast van de overheid de speelruimte om een adequaat beleid te voeren.

Graphique édito 20.21

Het document stelt dat dit zou kunnen “leiden tot een permanente verstoring van het gelijke speelveld van de Eenheidsmarkt en grotere verschillen in de levensstandaard. Deze twee gevolgen zouden economisch schadelijk zijn aangezien de concurrentie, handel en investeringen in heel de Eenheidsmarkt zo op het spel worden gezet en de Europese uitdagingen op het gebied van langetermijngroei nog meer worden bemoeilijkt. Om een dergelijke negatieve uitkomst te vermijden, heeft de Commissie een plan voorgesteld dat zowel in omvang als reikwijdte uitvoerig is. Met 750 miljard euro, dus 5,25 procent van het jaarlijkse bbp van de EU, is het meer dan de 500 miljard euro van het plan Macron-Merkel. Het geld zal in drie pijlers worden geïnvesteerd: 1/ steun aan lidstaten met investeringen en hervormingen 2/ solvabiliteitssteun verstrekken aan bedrijven en privé-investeringen financieel aanmoedigen om de economie weer op gang te brengen 3/ initiatieven in verband met gezondheidszorg. Het voorstel is ambitieus aangezien het is gericht op de voorbereiding voor de toekomst, namelijk de overgang naar klimaatneutraliteit en de digitale transitie: de juiste investeringen vandaag ondersteunen niet enkel de groei op korte termijn, maar rusten de EU ook beter uit om toekomstige uitdagingen aan te kunnen. Het voorstel van de Commissie is in verschillende opzichten creatief. Ten eerste in de financiering ervan die op eerdere voorstellen is geïnspireerd. De Europese Unie gaat in de financiële markten tot 750 miljard euro lenen, het grootste deel ervan tussen 2020 en 2024 en met een looptijd tot uiterlijk 2058. De schuld wordt vanuit haar begroting terugbetaald en hiervoor worden nieuwe middelen ter beschikking gesteld, die nauw zijn verbonden met EU-prioriteiten zoals klimaatverandering, circulaire economie en eerlijke belastingheffing. Ten tweede is er een combinatie van subsidies en leningen, respectievelijk 500 miljard euro en 250 miljard euro. Subsidies zijn belangrijk omdat leningen – zelfs zeer goedkope – de overheidsschuld doen toenemen waardoor obligatierendementen kunnen stijgen. Met subsidies wordt dit vermeden. Ten derde vindt de toegang tot financiering plaats op initiatief van de lidstaten, d.w.z. op vrijwillige basis. Hoewel we gerust kunnen aannemen dat alle subsidies zullen worden opgenomen, valt nog te bezien of dat ook zal gelden voor de leningen. Aangezien de EU zeer goedkope leningen zal verstrekken, kunnen we ervan uitgaan dat veel landen hier maar al te graag van zullen gebruikmaken, des te meer omdat de voorwaarden die eraan verbonden zijn niet zeer streng lijken. Lidstaten zullen nationale ‘Herstel- en Veerkrachtplannen’ moeten voorleggen die aansluiten op de langetermijndoelstellingen van de EU en vastgestelde mijlpalen. Ze zullen met de Commissie worden besproken in de context van de jaarlijkse cyclus van beleidscoördinatie, het zogenaamde Europees Semester, waarna toegang tot financiering zal worden verleend. Gedurende hun persconferentie over het voorstel drongen vicevoorzitter van de Europese Commissie Dombrovskis en commissaris voor Economische Zaken Gentiloni er herhaaldelijk op aan dat dit niet om voorwaardelijkheid draaide zoals in het verleden.

De vraag blijft in welke vorm het uiteindelijk zal worden geïmplementeerd. Alle 27 landen moeten ermee instemmen en de besprekingen worden gekoppeld aan de besprekingen over de ‘normale’ EU-begroting – het meerjarige financiële kader (MFK) 2021-2027 – waarover ook nog geen overeenstemming is. Er moet heel wat worden besproken, zoals hoe het geld tussen landen moet worden verdeeld en, uiteraard, de combinatie van subsidies en leningen. Het valt nog te bezien of landen die tot dusver sterk gekant waren tegen subsidies, zullen vinden dat de besprekingen over het Europees Semester met de Commissie voldoende discipline opleggen: is de dreiging dat de volgende schijf van de subsidie niet wordt uitbetaald als een mijlpaal niet is bereikt voldoende sterk?

De Europese Commissie hoopt op een politiek akkoord in de Europese Raad tegen juli. Hierdoor zou voor bepaalde initiatieven snel financiering kunnen worden vrijgemaakt[2]. De rest zou afhangen van een akkoord over het MFK, dus vóór het einde van dit jaar. Dit betekent dat de groeistimulans geleidelijk zal zijn: het gaat er meer om het herstel te versterken dat het met één impuls op gang te brengen. De impact zou niettemin fors moeten zijn. De diensten van de Commissie ramen dat met 750 miljard euro extra investeringen het bbp van de EU in 2021 en 2022 met ongeveer 1,75 procent zal stijgen en dat twee miljoen banen zullen worden gecreëerd. Het is duidelijk wat er in de komende onderhandelingen economisch gezien op het spel staat.

 

[1] Identifying Europe’s recovery needs, European Commission staff working document, SWD(2020) 98 final, Brussel, 27 mei 2020

[2] Het REACT-EU-initiatief (bijkomende cohesiefinanciering), het Solvency Support Instrument en het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling. Bron: European Commission, Questions and Answers on the MFF and Next Generation EU, 27 mei 2020