Wie in de Middellandse Zee zwemt, verwacht dit misschien niet meteen, maar de watertemperatuur aan de oppervlakte is vaak aangenaam terwijl de onderstroom koud is. Deze beschrijving geldt eigenlijk ook voor het huidige gevoel over de economie. De impact van de versoepeling van lockdownmaatregelen ter bestrijding van de COVID-19-pandemie is steeds duidelijker merkbaar in de economische cijfers. Dit kan een vals gevoel van comfort creëren. Het is immers zeer waarschijnlijk dat de effecten van de ernst van de crisis nog maandenlang voelbaar zullen zijn. Verschillende factoren zijn hier aan het werk, zoals een alomtegenwoordige onzekerheid, hoge bedrijfsschulden die tijdens een herstel een tegenwind zijn[1] en een arbeidsmarkt die achteruitgaat. In hun recentste prognoses verwachten meerdere nationale centrale banken van het Eurosysteem dat de werkloosheid volgend jaar hoger zal zijn dan vandaag[2]. Een dergelijk scenario betekent dat het reële beschikbare inkomen slechts beperkt zal stijgen, wat zal wegen op de gezinsbestedingen en de bbp-groei. Verwachtingen spelen ook een rol. Uit een studie van vóór de COVID-19-crisis bleek dat Nederlandse gezinnen met hogere verwachtingen om hun baan te verliezen, minder geneigd zijn om nieuwe auto’s te kopen. Ze stappen doorgaans ook over op goedkopere auto’s en sparen meer[3].

 

Graph. 1 Edito 20.24

Over het algemeen heeft de crisis geleid tot een enorme sprong in de werkloosheidsverwachtingen van gezinnen in de eurozone. De grafiek toont aan dat in het verleden deze verwachtingen steeds sterk gecorreleerd waren met de groei van het huishoudelijke verbruik. Er is ook een nauw verband met de beoordeling van de tewerkstellingsvooruitzichten in de enquêtes van aankoopdirecteurs: de visies van werkgevers en werknemers komen sterk overeen. Men zou kunnen aanvoeren dat in een wereld na de lockdown het activiteitsherstel zal leiden tot betere sentimentsgegevens. Dit is al begonnen, met cijfers voor mei die minder slecht waren dan voor april. Het nog steeds erg lage sentimentsniveau betekent echter dat de uitgavengroei alles behalve dynamisch zal zijn, des te meer gezien de recente aankondigingen van aanzienlijke ontslagen in grote Europese bedrijven. Dit laatste herinnert ons eraan dat werkloosheid een achterlopende indicator is. In eerste instantie kunnen bedrijven beslissen om niet aan hun personeelsbestand te raken en eerder te gaan voor deeltijdse werkloosheid, maar als de vooruitzichten somber en zeer onzeker blijven, zullen ze uiteindelijk beslissen om banen te schrappen. Dit weegt niet enkel op consumptiebeslissingen van diegenen die hun werk verliezen, maar ook van anderen. In Spanje verminderden tijdens de Grote Recessie gezinnen waar de voornaamste inkomensverdiener nog werk had toch hun consumptie met 0,7 procent voor elk procentpunt waarmee de werkloosheid steeg. “We stellen vast dat de verklaring niet ligt in een daling in het gezinsinkomen nu. Maar wel de totale werkloosheid, die een schaduw werpt op toekomstige inkomensverwachtingen.” [4] Dit bewijst de doorslaggevende impact van psychologie op economische beslissingen waarbij bedrijven en gezinnen elkaar beïnvloeden.

 

Graph 2 EN Edito 20.24

 

 

[1] Zie: Bedrijfsschuldgraad als tegenwind gedurende het herstel, Ecoweek, BNP Paribas, 12 juni 2020

[2] de Banque de France, de Bundesbank, de Banca d’Italia en de Banco de Espana

[3] Bron: Yuri Pettinicchi en Nathanael Vellekoop, Job Loss Expectations, Durable consumption and household finances: evidence from linked survey data, SAFE Working Paper No. 249, 2019

[4] Bron: Rodolfo G. Campos en Iliana Reggio, Consumption in the shadow of unemployment, Banco de Espana working paper 1411, 2014