In 2009, toen de wereld aan de ‘Grote Recessie‘ trachtte te ontkomen, publiceerden Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff een boek dat inmiddels een bestseller is geworden: ‘This time is different – Eight centuries of financial folly’. De titel is misleidend aangezien, zoals de auteurs in het voorwoord uitleggen, hun kernboodschap eenvoudig is: “dit hebben we al meegemaakt”.[1] Financiële crisissen en, ruimer gezien, recessies en herstelperiodes hebben ongeacht de periode of het land inderdaad veel gemeen. Grafiek 1 stelt de recessie van 2008-2009 vereenvoudigd voor. Een jarenlange toenemende schuldgraad had in verschillende vastgoedmarkten een bubbel gecreëerd, die uiteindelijk barstte. Dit veroorzaakte niet alleen een vraagschok, maar ook een schok in de financiering via de kapitaal- en de interbankenmarkt. Een grote financiële crisis en een ernstige recessie volgden.

Graphique EN EW 20.20

 

Grafiek 2 geeft de huidige recessie weer. Ze is exogeen en niet-economisch van oorsprong, maar de gevolgen voor de economie zijn diepgaand. De lockdown veroorzaakt vraag- en aanbodschokken en heeft een ernstige impact op de balansen van gezinnen, bedrijven, centrale banken en de overheidssector. Dit heeft geleid tot een recessie die volledig anders is dan we in de recente geschiedenis hebben gezien. In een normale recessie zijn gedragsrelaties – d.w.z. hoe de vraag reageert op rentevoeten, inkomsten, budgettair beleid – veeleer stabiel. Deze indruk dat de geschiedenis zich herhaalt, helpt om prognoses op te stellen. De impact op de aanbodzijde is eerder beperkt en uit zich vooral via de invloed van geringe bedrijfsinvesteringen op de kapitaalgoederenvoorraad, de productiviteit en mogelijke bbp-groei. Na de pandemie kunnen we er niet langer van uitgaan dat het economische leven weer zoals vroeger zal zijn. Deze structurele verandering bemoeilijkt de taak van prognoses opmaken. Aan de vraagzijde is het gezondheidsrisico een determinerende factor geworden en zal dat wellicht blijven tot een vaccin wordt gevonden en massavaccinatie mogelijk is. Het beïnvloedt hoe mensen winkelen en reizen. De tijd zal uitwijzen of het een vervangingseffect zal veroorzaken – minder verre reizen, minder restaurantbezoeken tegenover duurdere fietsen om openbaar vervoer te vermijden – of zal leiden tot een hogere spaarquote, wat de groei zal afremmen. Nog belangrijker en verreikender zijn de veranderingen aan de aanbodzijde. Lange en complexe wereldwijde waardeketens zullen wellicht worden herzien zodat ze korter, eenvoudiger en veerkrachtiger worden. Met een dergelijke nearshoring kunnen ze echter ook duurder worden, waardoor bedrijven in procesinnovatie zullen moeten investeren of kosten besparen in andere gebieden zoals hun gebouwen indien ze, door de concurrentie, hun prijzen niet kunnen optrekken. In dit opzicht is de ervaring van succesvol thuiswerken voor velen een eyeopener geweest: het is goedkoper voor de werkgever, die minder kantoorruimte nodig heeft, de werknemer bespaart geld omdat hij minder vaak moet pendelen en hij is efficiënter aangezien hij de tijd die hij anders in het openbaar vervoer of files doorbrengt productiever gebruikt. Daarenboven daalt ook de milieuvoetafdruk. Het spreekt voor zich dat dit op middellange termijn zal wegen op de vraag naar kantoorruimte. Een ander gevolg van de pandemie zijn de slechtere economische parameters (rendabiliteit) van bedrijven zoals restaurants die door social distancing tijdelijk hun capaciteit moeten verminderen. Aangezien ze zeer arbeidsintensief zijn, reiken de gevolgen veel verder dan de rechtstreeks betrokken bedrijven. Dit overzicht is duidelijk niet volledig, maar toont wel aan dat de door de pandemie veroorzaakte recessie langdurigere gevolgen zal hebben, vooral via veranderingen in de aanbodzijde. Deze keer is het echt helemaal anders.

[1] Carmen Reinhart en Kenneth Rogoff, This time is different – Eight centuries of financial folly, Princeton University Press, 2009