De economische gevolgen van de COVID-19-pandemie worden met de dag zichtbaarder. Deze week registreerde de samengestelde outputindex IHS Markit PMI voor de eurozone de grootste maanddaling ooit, met een historisch laagste niveau van 29,7. De sterke daling in de dienstensector trekt het totale cijfer naar beneden want de productiesector biedt behoorlijk weerstand tegen de economische schok. De werkgelegenheidssubreeks van deze indicator toont een scherpe daling, de grootste sinds juni 2009[1]. Dit is zorgelijk gezien de correlatie ervan met werkgelegenheidscijfers en, met een zekere vertraging, gezinsuitgaven. In de VS verslechteren de arbeidsmarktomstandigheden zeer snel. Na de drie miljoen nieuwe aanvragen voor werkloosheidssteun vorige week schoot het cijfer deze week verder omhoog, tot meer dan zes miljoen. Het Amerikaanse Congressional Budget Office (CBO) verwacht een scherpe inkrimping van de economie in het tweede kwartaal, met wellicht meer dan 10 procent werkloosheid. Loretta Mester, voorzitter van de Federal Reserve Bank of Cleveland, zei dat de Amerikaanse werkloosheid tussen 10 en 30 procent zou kunnen bedragen. Hoewel dit al een spectaculaire toename zou zijn van de 4,4 procent in maart, zijn sommige ramingen nog veel somberder: een ruwe berekening door de Federal Reserve Bank of St. Louis[2] gebaseerd op hoe de lockdown verschillende sectoren en jobcategorieën kan treffen, toont dat in het tweede kwartaal 47 miljoen mensen hun werk kunnen verliezen en de werkloosheid tot 32 procent zou kunnen oplopen.

Composite PMI Eurozone

Nobelprijswinnaar Paul Krugman is van mening dat “we in het economische equivalent van een kunstmatige coma gaan, waarin bepaalde hersenfuncties opzettelijk worden uitgeschakeld om de patiënt tijd te geven om te genezen”.[3] Maar ondertussen moeten facturen en lonen wel nog worden betaald. Of zoals Larry Summers treffend zei: “de economische tijd is stopgezet, maar niet de financiële tijd”[4]. Toegepast op bedrijven betekent dat dat hun inkomsten in een lockdown dalen of volledig stilvallen en hetzelfde geldt voor variabele kosten. Door financiële problemen kunnen ze uiteindelijk worden gedwongen om de vaste kostenbasis te verminderen, en dus jobs te schrappen.  Het bestedingsgedrag van gezinnen tijdens de lockdown maar ook wanneer alles weer normaal wordt, zal sterk afhangen van de vraag of ze nog werk hebben en kunnen verwachten dat in de maanden daarop ook nog te hebben. Een stijgende werkloosheid en de angst voor ontslag kunnen ervoor zorgen dat een tijdelijke gezondheidscrisis uiteindelijk een langdurigere negatieve impact op de economie heeft.

Zelfs in een normale recessie kan de arbeidsmarktdynamiek verklaren waarom een herstel uiteindelijk zeer langzaam verloopt. Een manier om dat aan te pakken, is door een beroep te doen op arbeidstijdverkorting. Die werd gedurende de recessie van 2008-2009 in verschillende Europese landen significant meer gebruikt, hoewel het absolute niveau laag bleef: ongeveer 3 procent in Duitsland en Italië, minder dan 1 procent in Frankrijk. In de VS, waar ontslagen minder duur zijn voor de werkgever, bleef het percentage van werknemers met arbeidstijdverkorting verwaarloosbaar. Arbeidstijdverkorting biedt het voordeel dat mensen hun job behouden wat, behalve de financiële impact, het voordeel heeft dat de onzekerheid afneemt. Bovendien kunnen bedrijven hun activiteit gemakkelijk weer opschroeven wanneer de situatie verbetert zonder dat ze tijd en middelen moeten besteden aan de zoektocht naar nieuw personeel. In de huidige crisis wordt die aanpak weer zeer veel toegepast in Duitsland. In maart heeft het Duitse federale arbeidsbureau (Bundesagentur für Arbeit of BA) van ongeveer 470.000 ondernemingen aanvragen voor arbeidstijdverkorting ontvangen. Dat betekent dat 13,5% van de geregistreerde ondernemingen een aanvraag heeft ingediend. In 2019 meldden gemiddeld ongeveer 1.300 bedrijven per maand gebruik te maken van arbeidstijdverkorting. In februari 2020 waren er 1.900 aanvragen voor arbeidstijdverkorting. Door de grote vraag heeft de BA zijn processen aangepast zodat arbeidstijdverkorting, werkloosheidsuitkeringen en basiszekerheid snel kunnen worden toegekend.

Verschillende andere Europese landen hebben maatregelen getroffen zodat bedrijven gemakkelijker kunnen gebruikmaken van deeltijdse of tijdelijke werkloosheid en daarnaast verstrekken ze inkomenssteun aan gezinnen[5]. In de VS zal de Coronavirus Aid, Relief, and Economic Security Act (CARES) ongeveer 630 miljard USD naar Amerikaanse gezinnen laten vloeien via belastingkredieten of verlengde uitkeringsperioden. Op basis van een middelentest zal ieder Amerikaans gezin een cheque krijgen van het ministerie van Financiën voor een maximumbedrag van 3.000 USD. De federale overheid gaat ook werkloosheidsuitkeringen, die van staat tot staat verschillen maar die gemiddeld ongeveer 300 USD per week bedragen, aanvullen met 600 USD per week gedurende een periode van vier maanden tot 31 juli 2020. Als de lockdown langer dan verwacht zou duren of als na de lockdown de jobcreatie op zich laat wachten, dan is meer steun nodig: we kunnen ons moeilijk een blijvende groeiversnelling voorstellen wanneer een groot aantal gezinnen minder inkomen heeft dan vóór de pandemie.

 

[1] Bron: IHS Markit Eurozone Composite PMI® – final data, persbericht, 3 april 2020.

[2] Back-of-the-Envelope Estimates of Next Quarter’s Unemployment Rate, Miguel Faria-e-Castro, Federal Reserve Bank of St. Louis, maart 2020

[3] Paul Krugman, Notes on Coronacoma Economics, 31 maart 2020.

[4] Larry Summers op Bloomberg TV, 6 maart 2020

[5] Een overzicht van deze en andere maatregelen is terug te vinden in COVID-19: Key measures taken by governments and central banks, Ecoflash, BNP Paribas.