Dit kan een boemerangcyclus worden genoemd. Eerder dit jaar, toen lockdowns steeds strenger werden, verslechterde het bedrijfsklimaat aanzienlijk, zoals te zien was in de samengestelde aankoopmanagersindexen (PMI’s). Zoals grafiek 1 aantoont, is er een zeker verband tussen de strengheid van de lockdownmaatregelen – de strengheidsindex – en het ineenstorten van de PMI’s. Vanaf mei is deze beweging beginnen keren. Restricties werden versoepeld en het ondernemersvertrouwen veerde op. Deze ommekeer was het sterkst in Frankrijk, dat een van de strengste lockdowns had. Maar ook in het VK en Duitsland is de kloof tussen de voorlopige PMI van juni en zijn niveau in januari veel kleiner geworden.

 

Edito EN 20.25

Als we deze gegevens bekijken, is er een risico voor overdreven enthousiasme. De PMI-reeksen vertellen ons immers dat de bevraagde managers in mei een beter gevoel hadden over de verwachtingen dan in april[1]. Dat gevoel was in juni zelfs nog meer uitgesproken. Het onderzoek geeft echter geen informatie over het activiteitsniveau. Wanneer iemand lang in de kou heeft gestaan en dan een ruimte binnenkomt zonder verwarming, zal hij zich beter voelen, maar niet echt warm hebben. Tijdens recessies en herstelperiodes blijken de ‘nowcasts’[2] van de reële bbp-groei op kwartaalbasis op basis van de PMI’s vaker grotere voorspellingsfouten te bevatten dan in normale tijden. Gelet op de duik in het activiteitsniveau in het tweede kwartaal gaat dit bij het interpreteren van de data een echt probleem worden in het herstel, dat nu begint. Optimisten zullen een reden vinden om zelfs nog meer vertrouwen te hebben. Zoals blijkt uit grafiek 2 voor de eurozone overschat de PMI vaak de groei tijdens een daling en onderschat hij die tijdens een herstel. Dit laatste punt zou kunnen betekenen dat de groei in het tweede kwartaal opwaarts zou kunnen verrassen.

Maar dit vertelt ons zeer weinig over de onderliggende sterkte, of eerder zwakte van de economie. In Frankrijk heeft INSEE recent benadrukt dat hoewel zijn ondernemersklimaatindex in juni de grootste verbetering kende sinds de start van de reeksen in 1980, het niveau ervan nog steeds ruim onder het langetermijngemiddelde ligt. Een vergelijkbare situatie kan in Duitsland worden vastgesteld waar de ifo-index voor het ondernemersvertrouwen ook sterk is verbeterd. De kernvraag is wat er gebeurt na het huidige mechanische herstel. Het is mechanisch omdat het grotendeels toe te schrijven is aan de beëindiging van de lockdown, wat “we zijn open voor business” betekent. De aanbodzijde begint weer te functioneren. Dit heeft geleid tot een snelle vernauwing van de kloof tussen de huidige en normale bedrijfsomstandigheden. In Frankrijk is volgens INSEE dit verschil in juni gekrompen tot 12 procent van 29 procent in april en 22 procent in mei[3]. De echte vraag evenwel is wat in de komende kwartalen aan de vraagzijde gebeurt. Bedrijven hebben weinig zicht op wat de toekomst zal brengen – hun grootste zorg is of er een tweede golf komt en, zo ja, hoe die zal worden aangepakt – en zullen aarzelen om te investeren. Gezinnen zitten met een arbeidsmarkt die verslechtert en dit zal op hun uitgaven wegen. Het IMF schetst in zijn update van de wereldeconomische vooruitzichten van juni een ontnuchterend beeld: “het herstel wordt verwacht geleidelijker te zijn dan eerder voorspeld … Met de scherpe activiteitsdaling krijgt de wereldwijde arbeidsmarkt een rampzalige klap toegediend.”[4] Hierbij haalt het IMF onderzoek aan van de Internationale Arbeidsorganisatie, namelijk dat de wereldwijde daling in werkuren in het tweede kwartaal van dit jaar tegenover het laatste kwartaal van vorig jaar wellicht overeenkomt met meer dan 300 miljoen voltijdse banen. Voeg daarbij de pandemie die in een aantal landen en verschillende staten in de VS nog niet onder controle is, het risico op een tweede golf dit najaar en een alomtegenwoordige economische onzekerheid en de conclusie is dat prognoses met de nodige behoedzaamheid moeten worden gemaakt. In deze context merkt het Fonds op dat “De omvang van het recente herstel in het financiële marktsentiment los lijkt te staan van verschuivingen in de onderliggende economische vooruitzichten … Zo zouden de financiële voorwaarden meer kunnen verstrakken dan initieel gedacht”. Als dit zou gebeuren, zou dit nog een boemerang zijn, maar wel een die zeer onwelkom is.

[1] “De respondenten wordt gevraagd of de bedrijfsomstandigheden voor een aantal variabelen zijn verbeterd, verslechterd of hetzelfde zijn gebleven in vergelijking met de maand voordien”. (Bron: brochure IHS Markit).

[2] Een ‘nowcast’ is een modelgebaseerde raming in real time van de bbp-groei op basis van de laatst beschikbare informatie.

[3] Bron: INSEE, Point de conjoncture, 17 juni 2020

[4] Bron: IMF, update van de wereldeconomische vooruitzichten van juni.