Een bezoek aan Australië is een onvergetelijke belevenis. Wie uit Europa komt, wacht allereerst een urenlange vlucht. Toen ik vorige week landde, bleek ik net een grote zandstorm te hebben gemist. Kort na mijn vertrek kwam er een storm met hevige regen. Niet alleen het weer, ook de economie is er soms spectaculair. Het land beleeft zijn 108e kwartaal van ononderbroken groei, wat wil zeggen dat het al 27 jaar geen recessie meer heeft doorgemaakt. Volgens de prognoses zal het bbp bovendien met ruim 3% blijven groeien. Met een mediane leeftijd van 38 jaar voor de beroepsbevolking hebben veel mensen dus in hun hele loopbaan nooit een recessie meegemaakt. Dat staat in schril contrast met de situatie in de eurozone of de VS. Het economische succes van Australië is des te opmerkelijker als we kijken naar wat er zich in die periode elders zoal heeft afgespeeld: de Aziatische schuldencrisis, de internetzeepbel, verschillende recessies in Japan – een belangrijke handelspartner – en de wereldwijde financiële crisis van 2008. Dankt het land die prestatie aan geluk of aan een goed beleid?

Australia real GDP growth

In 2010 gaf de vicevoorzitter van de Australische centrale bank in een toespraak over ‘Twintig jaar economische groei’ een overzicht van de factoren die de groei hebben aangewakkerd[1]. Veel van zijn inzichten zijn ook vandaag nog toepasselijk. De bevolkingsgroei speelde aan zowel vraag- als aanbodzijde een rol door de weg te effenen voor een hogere potentiële bbp-groei. Een andere factor is de nabijheid van China, met zijn onstilbare honger naar grondstoffen (ijzererts en steenkool). De afgelopen jaren is China ook voor de dienstensector (toerisme en onderwijs) een bijzonder belangrijke klant geworden

De volgehouden groei is echter vooral te danken aan de flexibiliteit van de Australische economie, met in de eerste plaats de zwevende wisselkoers. De beslissing uit 1983 om de koers van de Australische dollar te laten zweven, wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste beleidskeuze van de afgelopen decennia. Een economie met veel grondstoffen is immers kwetsbaar voor volume- en prijsschommelingen en dan heeft een zwevende wisselkoers een contracyclisch effect: de munt wordt duurder wanneer de export van grondstoffen aantrekt en voorkomt zo dat de economie oververhit. Enkele andere hervormingen in de jaren 1990 – het concurrentie- en industriebeleid, maatregelen om de flexibiliteit op de arbeidsmarkt te vergroten, hervormingen van het financiële stelsel en de onafhankelijkheid van de centrale bank – zouden eveneens de productiviteitsgroei hebben aangezwengeld. Daardoor verbeterden de overheidsfinanciën aanzienlijk. Zo daalde de schuld in verhouding tot het bbp, waardoor in de begroting ruimte ontstond om de economie te ondersteunen wanneer dat nodig was, zoals in 2008. Volgens het IMF komt de Australische staatsschuld in 2018 uit op netto 20,6% van het bbp en wordt voor volgend jaar een begrotingsoverschot verwacht. Het land behoudt dus ongetwijfeld zijn AAA/Aaa-rating. Het monetaire beleid wordt sinds 1993 afgestemd op de inflatie en slaagt er meestal in om die binnen de beoogde bandbreedte van 2% tot 3% te houden, al ligt ze op dit ogenblik lager door de zeer geringe groei van de reële lonen. Om de demografische rem van de vergrijzing op de groei te verminderen, zijn werkgevers verplicht om voor hun werknemers individuele pensioenbijdragen te storten en helpt een staatsfonds om de ambtenarenpensioenen te financieren.

Toch staat Australië ook voor enkele uitdagingen. Een daarvan is de bevolkingsgroei, voornamelijk door migratie. Wil Australië die opvangen, dan moet de economie voldoende en de juiste banen creëren om een stijging van de werkloosheid (op dit ogenblik ongeveer 5%; de beroepsbevolking groeide de afgelopen jaren met 1,5% à 1,7% per jaar) te voorkomen en een positieve bbp-groei per hoofd van de bevolking aan te houden. Zoals de grafiek toont, lag de groei per hoofd van de bevolking natuurlijk lager dan de groei van het bbp. Volgens die maatstaf was er in het vierde kwartaal van 2008 en het eerste kwartaal van 2009 wel een zeer lichte recessie. Een tweede risico is de gevoeligheid voor China, al helpt de gediversifieerde economie Australië volgens het IMF om de gevolgen van negatieve groeischokken vanuit China te temperen. Bovendien “zijn de handelsrelaties van de overige Aziatische landen met Australië vergelijkbaar in omvang met die tussen Australië en China”[2]. Daarnaast stijgen de reële lonen om verschillende redenen onvoldoende, wat het volgens de Australische centrale bank moeilijk maakt om de welvaart op peil te houden[3]. Ook de huizenmarkt is na jaren van sterke prijsstijgingen door steeds hogere hypothecaire schulden een aandachtspunt geworden. Maatregelen om de markt af te koelen, hebben de huizenprijzen recent doen dalen. Die terugval wordt eerder als een positieve correctie dan als een zorgwekkende ontwikkeling gezien, maar ook na de prijsdaling blijft de betaalbaarheid van woningen een probleem.

[1] ‘Twenty Years of Economic Growth’, toespraak door Ric Battellino, vicevoorzitter, Reserve Bank of Australia Bulletin, derde kwartaal 2010.

[2] Australia’s linkages with China : prospects and ramifications of China’s economic transition, Philippe Karam en Dirk Muir, IMF working paper 18/119, 2018 – vrije vertaling.

[3] Dixit Philip Lowe, voorzitter van de Australische centrale bank: “Het zou goed zijn als de loongroei wat zou aantrekken. Dat zou helpen om de inflatie op het beoogde niveau te krijgen, om de schulden onder controle te houden en om het gevoel te versterken dat iedereen in de welvaart deelt.” (“Productivity, Wages and Prosperity”, toespraak door Philip Lowe, 13 juni 2018 – vrije vertaling).