Maandag 28 oktober 2013 

’s Avonds ben ik in de universiteit van Tilburg (Nederland). Ik ben er uitgenodigd om studenten die het CFA-programma volgen toe te spreken over het thema ‘beleggen in aandelen uit de opkomende landen’. De andere spreker moest afzeggen wegens treinproblemen door weersomstandigheden. Dit komt me goed uit: ik heb dubbel zoveel tijd als eerst voorzien. Ik benadruk onder meer het zwakke verband tussen economische groei en rendement op aandelen, terwijl het vermoedelijke hechte verband tussen winstgroei en aandelenrendementen wel degelijk bestaat. Dit impliceert een lage correlatie tussen economische groei en winstgroei. Een van de verklaringen is het feit dat de bedrijfswinsten in de nationale rekeningen alle bedrijven betreffen, terwijl de winsten van beursgenoteerde bedrijven daar slechts een onderdeel van zijn. In dat verband is onderstaand artikel aanbevolen lectuur: http://www.nbim.no/Global/Documents/Dicussion%20Paper/2012/DiscussionNote_5-12_Final.pdf. Uit de bevindingen van dit artikel kunnen we opmaken dat beleggingen in de opkomende markten beter op de winstverwachtingen dan op de bbp-verwachtingen worden gebaseerd. 

Dinsdag 29 oktober 2013 

In de voormiddag ben ik in Parijs voor een presentatie over de verwachtingen voor de wereldwijde markten aan Indische bankiers. Tijdens de vraag-en-antwoordsessie krijg ik de vraag of ik mijn visie op India kan toelichten. De macro-economische uitdagingen van dit land zijn aanzienlijk: vertragende groei, tweelingtekorten, hoge inflatie. Maar de nieuwe bestuurder van de centrale bank staat bekend als erg geloofwaardig waardoor de aandelenmarkt de laatste weken toch aanzienlijk steeg. Ook dat illustreert dat macro-economie slechts één van de vele factoren is die de aandelenkoersen bepalen.

In de namiddag ben ik in de universiteit van Gent (België) in verband met de verdediging van een doctoraatsthesis over de microstructuur van de valutamarkten in Oost-Europa. Het is een erg gedetailleerd werkstuk dat een interessant licht werpt op het fenomeen van opdrogende liquiditeit (en waarom dit gebeurt) bij spanningen in de markt.

In de avond kom ik aan in Frankfurt waar ik de volgende dag een conferentie zal bijwonen. Ik kijk naar CNBC en zie dat de Amerikaanse markten opnieuw een impuls kregen dankzij de verwachting dat de Fed haar activa-aankopen pas in de lente van volgend jaar begint af te bouwen (zogeheten tapering)

Woensdag 30 oktober 2013 

Frankfurt

Ik ben panellid op een conferentie voor ‘Sovereign Wealth’-fondsen. Het panel bespreekt de verwachtingen voor de financiële markten en voor niet-beursgenoteerde beleggingsklassen. Ik ga dieper in op het risico van kuddegedrag bij beleggers: rendement najagen tijdens kwantitatieve versoepeling, veilige havens opzoeken als het monetaire beleid normaliseert. Mogelijke valkuilen in dit proces zijn: centrale banken die achterblijven bij de curve, weinig klaarheid van centrale banken (d.w.z. haperingen in hun communicatie aan de markten), overdreven toename van risicomijdend gedrag, minder liquide markten. De ‘ceremoniemeester’ van de conferentie adviseerde om letterwoorden te vermijden. Dat is knap lastig in een wereld die gedomineerd wordt door de introductie van OMT*, het einde van QE3*, de mogelijkheid van een nieuwe LTRO*, de impact van de AQR*, onder leiding van de ECB in de context van het SSM* en de rol van het ESM* als vangnet in het kader van het SRM*…

Donderdag 31 oktober 2013

Ik neem een vrije dag. Gisterenavond zette de Fed de deur weer op een kier voor de aanvang van het tapering-programma in december. Dat is niet wat de markten hadden verwacht.

Vrijdag 1 november 2013

Allerheiligen De desinflatie in de eurozone is voorpaginanieuws. De jaarlijkse inflatie is per saldo naar 0,7% gedaald en de kerninflatie naar 0,8%. In combinatie met de boodschap van de Fed op woensdag veroorzaakt dit een mooi schaareffect waardoor de euro de week eindigt met een aanzienlijke daling tegenover de dollar. Dat maakt de agenda voor volgende week met de vergadering van de ECB en de bekendmaking van de banencijfers in de VS nog interessanter.

 

*OMT = Outright Monetary Transactions (de ECB koopt staatsobligaties van lidstaten van de eurozone die weliswaar toegang hebben tot de kapitaalmarkten, maar met problemen kampen en daarom hulp vragen aan de ECB in ruil voor de aanvaarding van de eraan verbonden voorwaarden in termen van macro-economische beleidsaanpassingen)

QE3 = derde ronde van kwantitatieve versoepeling (geld drukken) door de Fed waarbij de centrale bank staatspapier en herverpakte hypotheekleningen koopt door geld te creëren (technisch komt dit erop neer dat ze de rekeningen van banken bij de Fed crediteert)

LTRO: Long Term Refinancing Operation waarbij de ECB liquiditeit aan het banksysteem verstrekt op de lange termijn (3 jaar in de transacties van december 2011 en februari 2012)

AQR = Asset Quality Review. De ECB zal de activakwaliteit van Europese banken volgend jaar analyseren en beoordelen.

SSM = Single Supervisory Mechanism. De eerste pijler van de Bankenunie. Dit is een nieuw systeem van financieel toezicht waarbij de ECB zal instaan voor de effectieve en consistente werking van het Single Supervisory Mechanism in samenwerking met de nationaal bevoegde overheden van deelnemende EU-lidstaten.

ESM: European Stability Mechanism. Dit is het permanente mechanisme voor de oplossing van crisissen voor landen van de eurozone. Via de emissie van schuldinstrumenten kan het ESM lidstaten van de eurozone ondersteunen

SRM: Single Resolution Mechanism. Deze tweede pijler van de Bankenunie biedt een kader voor de snelle vereffening van falende banken om neveneffecten voor andere banken en een negatieve impact op de financiële stabiliteit te voorkomen.

 

William De Vijlder, Vice – Chairman van BNP Paribas Investment Partners