Uit recente commentaren en analyses over de Amerikaanse economie blijkt dat het perspectief de boodschap bepaalt. Niet verwonderlijk dus dat verschillende spelers een verschillende en soms zelfs tegenstrijdige boodschap verspreiden. President Trump beweerde vorige week dat de economie als een raket de hoogte in zou schieten als de Fed de rente zou verlagen en zei dat de centrale bank de economie heeft afgeremd. Dat politici de toestand van de economie nauwlettend volgen, mag niet verbazen. Volgend jaar staan er immers verkiezingen op het programma en bij velen liggen de beroemde woorden van Bill Clinton tijdens zijn succesvolle campagne voor de presidentsverkiezingen tegen George Bush sr. in 1992 nog vers in het geheugen: “it’s the economy, stupid”.

projections fomc

Voor de Federal Reserve ligt de nadruk op het halen van de beleidsdoelstellingen. Uit de notulen van de vergadering in maart blijkt dat de leden van het beleidscomité zich over de economische vooruitzichten weinig zorgen maken. Hun prognose is dat de solide groei standhoudt (licht boventrendmatig), de werkloosheid laag blijft en de inflatie in toom wordt gehouden. Hun vooruitzichten gaan in vergelijking met december niet echt gepaard met meer onzekerheid, maar ze schatten het risico dat de werkloosheid stijgt of de inflatie afneemt nu wel (een tikje) hoger in (zie grafieken op de volgende pagina). De notulen laten ook zien dat niet alleen de leden van het beleidscomité maar ook de economen van de Fed de toekomst met vertrouwen tegemoetzien: zij verwachten dat de vertraging in het eerste kwartaal van voorbijgaande aard is en de groei in het tweede kwartaal weer sterk aantrekt. Bovendien zijn ze van mening dat de onzekerheid rond hun prognoses in de lijn van het historische gemiddelde ligt en de risico’s voor de vooruitzichten min of meer in evenwicht zijn. Per saldo inspireert dit de centrale bank tot geduldig vertrouwen: ze heeft vertrouwen in de groeivooruitzichten, maar wacht geduldig af alvorens een nieuwe aanpassing van de richtrente te overwegen. Waarom zou ze ook overhaast te werk gaan als de inflatie hardnekkig rond de doelstelling blijft hangen en de tegenwind uit het buitenland nog niet is gaan liggen?

In de notulen lezen we dat “een aantal deelnemers opmerkte dat het gepast geachte monetaire beleid, voor zover dat inhoudt dat de rente langdurig laag blijft, tot grotere risico’s voor de financiële stabiliteit kan leiden. Enkelen van hen lieten evenwel verstaan dat dergelijke risico’s voor de financiële stabiliteit kunnen worden opgevangen met een passend gebruik van contracyclische macroprudentiële beleidsinstrumenten of andere toezichts- of regelgevingsinstrumenten.” Bovendien “merkte een aantal deelnemers op dat de zware schuldenlast van heel wat bedrijven een eventuele economische achteruitgang in de Verenigde Staten zou kunnen versterken.” In die opmerking klinkt dezelfde boodschap door als in het recentste Global Financial Stability Report van het IMF, ‘Vulnerabilities in a Maturing Credit Cycle’. Daarin vestigen de auteurs de aandacht op de Amerikaanse bedrijfsschulden, die hun hoogste punt uit de recente geschiedenis lijken te hebben bereikt (al zijn ze in sommige andere landen nog hoger). Bovendien hebben emittenten met een lagere rating verhoudingsgewijs meer schulden en ligt in de meeste ratingcategorieën de hefboomratio op het hoogste peil in deze cyclus. Dat is het logische gevolg van langdurige monetaire verruiming en wereldwijde economische groei. Wanneer de gunstige conjunctuur echter omslaat en verandert in tegenwind, zal merkbaar worden dat daardoor hun weerbaarheid is afgenomen: als het recessierisico toeneemt, kunnen bedrijven waarvan de winst daalt of de rente stijgt – doordat de spread tussen bedrijfs- en staatsobligaties uitloopt – kwetsbaarder blijken. Dan zal vooral van belang zijn hoe groot de terugval is: “De bedrijfsbalansen zijn solide genoeg om een matige economische vertraging of geleidelijke verkrapping van de financiële omstandigheden te doorstaan, maar een aanzienlijke vertraging van de winstgroei of scherpe afname van de liquiditeit kan een uitgesproken achteruitgang van de kredietwaardigheid van bedrijven veroorzaken.” Het is ook uitkijken voor het gevaar op besmetting door emittenten met een lagere rating, die zwaarder onder een verslechterend macro-economische klimaat zullen lijden. Uiteindelijk kunnen ook kredietwaardigere bedrijven getroffen worden, via hun activiteiten met bedrijven die krap bij kas zitten of omdat ze zelf moeilijker aan financiering raken doordat banken en beleggers over de hele lijn terughoudender worden. Aangezien monetaire verruiming om dat tegen te gaan slechts met vertraging doorwerkt, is de uitdaging voor de Fed tweeledig: niet te sterk verkrappen wanneer het klimaat nog goed oogt en voldoende snel verruimen wanneer de vooruitzichten verslechteren. De centrale bank zal zich dus wellicht niet alleen afwachtend maar ook waakzaam opstellen.

FOMC March December Projections