Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de American Economic Association die onlangs plaatsvond, opende New York Times-journalist Neil Irwin als moderator een debat tussen Ben Bernanke, Janet Yellen en Jerome Powell met een schertsende vraag: wat neemt een jurist (Jerome Powell) mee naar een conferentie met 13.000 economen? Het debat, dat te bekijken is op YouTube[1], leert ons het antwoord: ‘een duidelijke boodschap’.

Een centrale bankier die het verloop van de economie en de financiële markten op korte termijn wil beïnvloeden, kan laten weten klaar te staan om in te grijpen indien nodig of blijk geven van een grote overtuiging bij de inschatting van de economische toestand. Powell deed beide. Over het monetaire beleid zei hij dat het FOMC gezien de zwakke inflatie geduld zal oefenen en “altijd klaarstaat om het beleid bij te sturen en zelfs sterk bij te sturen als zijn wettelijke opdracht om maximale werkgelegenheid en stabiele prijzen te bewerkstelligen dat vereist”.

Die opstelling dateert al uit het tijdperk-Greenspan en de liquiditeitsinjecties na de beurscrash van oktober 1987. Het geloof dat de Federal Reserve wanneer de vooruitzichten verslechteren het beleid verruimt en zo bij beleggers de risicobereidheid aanwakkert, werd door commentatoren achtereenvolgens de ‘Greenspan put’, de ‘Bernanke put’, de ‘Yellen put’ en nu dus de ‘Powell put’ gedoopt. De huidige Fed-voorzitter maakte vooral ook in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk dat zijn kijk op de toekomst verschilt van de signalen die de markt uitzendt: “de markten lijken mij neerwaartse risico’s in te calculeren en ver op de cijfers vooruit te lopen.” Voor die inschatting valt best wat te zeggen als we kijken naar de recentste cijfers en berekeningen op basis van samenvattende kengetallen[2], maar ook in het licht van de ‘angstindex’[3].

Die is gebaseerd op een peiling bij professionele voorspellers en geeft weer hoe groot de kans is dat het reële bbp in het kwartaal na de peiling daalt. In zijn recentste ontwikkelingen vertoont hij helemaal niet de traditionele voortekenen van een recessie. Bovendien slinkt in de aanloop naar een recessie het verschil tussen de kans op een recessie binnen vier kwartalen en in het volgende kwartaal, terwijl dat vandaag nog altijd toeneemt.

[1] https://www.youtube.com/watch?v=DH030t70Ho0

[2] Met die samenvattende kengetallen verwijzen we naar de ‘nowcasting’-indices van de Federal Reserves van Atlanta, New York en St. Louis. De schattingen voor de reële BBP-groei op jaarbasis voor het vierde kwartaal 2018 zijn respectievelijk 2,8%, 2,5% en 2,6%.

[3] https://www.philadelphiafed.org/research-and-data/real-time-center/survey-of-professional-forecasters/anxious-index