De Federal Reserve (Fed) ziet zich geconfronteerd met een dubbele asymmetrie. Ten eerste is er de asymmetrische verliesfunctie waar de centrale bank grotendeels zelf voor kiest omdat ze een recessie wil voorkomen. Recessies onder de knie krijgen wordt namelijk steeds moeilijker. In zijn persconferentie op vorige woensdag benadrukte Fed-voorzitter Powell de noodzaak om het beleid niet al te snel te verkrappen. Doet de centrale bank dat wel, dan zou de inflatie onvoldoende oplopen wat het lastiger maakt om de volgende recessie te bekampen. Voor de tweede asymmetrie kiest de centrale bank niet zelf: ze ondergaat ze. Uit de waarnemingen blijkt immers dat de kerninflatie sinds 2000 in 75% van de gevallen onder de 2% lag (zie grafiek) De inflatie omhoog stuwen naar het doel van 2% lijkt dus een herculeswerk.

Grafiek Werkloosheid vs. inflatie :

Unemployment versus inflation

In het licht van die twee asymmetrieën wordt het vanzelfsprekend, of zelfs onvermijdelijk dat Jerome Powell op woensdag herhaalde dat het inflatiedoel symmetrisch is: toestaan dat de inflatie tijdelijk boven het doel stijgt, is de prijs die we moeten betalen om te ontsnappen aan de donkerste kant van de verliesfunctie (een recessie) die er kan komen als blijkt dat het FOMC het beleid voortijdig heeft verkrapt. Nog aannemelijker wordt dit gelet op de moeilijkheid om het natuurlijke werkloosheidspercentage te bepalen en de onzekere relatie tussen werkloosheid en inflatie. In dat opzicht is het zinvol om het risico te aanvaarden dat de Phillips-curve weer opduikt. Even zinvol is het om te vermijden dat de indruk ontstaat dat het FOMC overtuigd is dat die curve inderdaad weer zal opduiken. Dat verklaart de op het eerste gezicht vreemde wijzigingen in de verwachtingen van de FOMC-leden: de mediane verwachting voor de werkloosheid in 2020 ligt nu op 3,6%, ver onder de verwachting op de langere termijn van 4,5%, terwijl de verwachte PCE-inflatie voor 2020 op 2,1% ligt, wat amper hoger is dan de verwachting op de langere termijn van 2,0%. Niemand lijkt te geloven dat de Phillips-curve terugkeert. Dat alles kan de onverstoorde reactie van de obligatiemarkten deels verklaren: een tijdelijk hogere inflatie dan het doel zal de Fed niet doen afstappen van haar geleidelijke aanpak: waarom zouden we de Fed tegenspreken als ze twijfelt aan een terugkeer van de Phillips-curve? Uiteindelijk zijn de economische cijfers dus even bepalend geworden voor de positionering van de financiële markten als voor het beleid van de centrale banken.