Even terug naar september 2007 toen voormalig Amerikaans minister van Financiën, Lawrence Summers, een opiniestuk schreef in de Financial Times over hoe de bezorgdheid om moreel risico – verwijzend naar het gevaar dat het aanbieden van verzekeringen het gedrag kan verstoren – het nemen van maatregelen voor ondersteuning van de economie of bepaalde sectoren in tijden van grote stress kan bemoeilijken.[1] Moreel risico vormt de kern van de discussie binnen de eurozone over grensoverschrijdende risicodeling van de publieke sector. Dit is de reden waarom er voorwaarden verbonden zijn aan leningen zoals deze die worden verstrekt door het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM). Dat is logisch, want men wil er zeker van zijn dat het uitgeleende geld goed wordt besteed. Tijdens de Europese top was het niet zozeer het voorwaardelijkheidsbeginsel waarover werd gedebatteerd, maar wel de toepasselijkheid van de voorwaarden[2]. Gezien de specifieke aard van de huidige crisis, werden de zeer lichte voorwaarden voor de noodleningen van het ESM – ze moeten worden gebruikt om uitgaven te financieren die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met gezondheidszorg, behandelingen en preventie – gunstig onthaald. De bezorgdheid om het moreel risico verklaart ook, tot op zekere hoogte, waarom sommige landen zich sterk verzetten tegen de gezamenlijke uitgifte van zogenaamde corona-obligaties. Volgens bondskanselier Merkel is het nu niet het moment om hierover te debatteren en is het beter om de aandacht toe te spitsen op domeinen waarin snel overeenstemming kan worden bereikt in plaats van zich in te laten met een ontzettend tijdrovend proces terwijl de economie lijdt.

 

Graphique édito EW 20.16

Tegen die achtergrond werd er deze week duidelijk vooruitgang geboekt. De Europese Raad bekrachtigde het akkoord van de Eurogroep voor het opzetten van drie vangnetten die samen goed zijn voor een pakket ter waarde van 540 miljard euro[3] dat tegen 1 juni 2020 operationeel moet zijn. Bovendien is er een akkoord om te werken aan de oprichting van een herstelfonds. Dit wordt als nodig en dringend beschouwd en “zal voldoende groot zijn, gericht op de sectoren en geografische delen van Europa die het hardst getroffen zijn, en in staat zijn om deze nooit eerder voorgekomen crisis het hoofd te bieden.”[4] De gerichtheid op specifieke sectoren en regio’s moet ten zeerste worden toegejuicht. Het zorgen voor financiering op de plaatsen waar dat het meeste nodig is, moet zorgen voor een groter versterkend effect. De Europese Commissie is belast met het precies omschrijven van de behoeften en moet snel een voorstel doen waarbij een link wordt gelegd met het meerjarig financieel kader (MFK). Wat betreft dit laatste punt reikt het belang van de verklaring van de Duitse bondskanselier Merkel in haar speech voor de Bundestag veel verder dan Duitsland: “We moeten bereid zijn om, uit solidariteit, tijdelijk een andere, dat wil zeggen hogere bijdrage te leveren aan het EU-budget, omdat we willen dat de economieën van alle lidstaten van de EU zich kunnen herstellen”[5]. Dit zal de andere landen overhalen om hetzelfde te doen en zo kan, hopelijk, de weg geëffend worden voor een spoedig akkoord over een vergroot MFK. De leden van de Europese Raad werden aan deze urgentie herinnerd door de duik naar een recorddiepte van de PMI voor de dienstensector en door de waarschuwing van de voorzitter van de ECB, Christine Lagarde, dat het bbp van de eurozone dit jaar wel eens 15% zou kunnen krimpen.

[1] Beware the moral hazard fundamentalists, Lawrence Summers, Financial Times, 24 september 2007.

[2] Hierbij kan worden gedacht aan de bezuinigingen als gevolg van de staatsschuldencrisis.

[3] Het pakket komt overeen met zowat 4,2% van het bbp van de eurozone. Het is opgebouwd uit de volgende elementen: 1/ het SURE-programma – een tijdelijk Europees instrument voor de ondersteuning van nationale vangnetten – met een waarde van 100 miljard euro in termen van leningen aan landen die qua werkloosheid het zwaarst onder druk staan, 2/ de Europese Investeringsbank gaat een pan-Europees schild creëren om 200 miljard euro leningen, vooral aan kmo’s, te garanderen en 3/ er werd een Pandemic Crisis Support opgericht gelijk aan 2% van het bbp van de lidstaten, d.w.z. bijna 240 miljard euro. Het omvat leningen van het EMS voor de financiering van uitgaven die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met gezondheidszorg, behandelingen en preventie.

[4] Bron: Conclusies van de voorzitter van de Europese Raad volgend op de videoconferentie van de leden van de Europese Raad, 23 april 2020, Europese Raad

[5] Financial Times, 23 april 2020