Er zijn zowel theoretische als empirische argumenten om te stellen dat hardnekkig hoge onzekerheid de economische groei kan beteugelen. In dat geval kan het monetair beleid te hulp schieten met maatregelen om de vertraging een halt toe te roepen en een recessie te vermijden. Hoe doeltreffend monetaire versoepeling is, hangt echter af van de bron van onzekerheid. Enerzijds is er de endogene onzekerheid die voortvloeit uit het normale verloop van de bedrijfscyclus: vertraagt de groei, dan vragen de marktpartijen zich af hoe dat komt, hoe lang dat zal duren, hoe sterk de groei zal terugvallen, welke impact dat zal hebben op de inkomens van de huishoudens en de bedrijfswinsten enz. Een geloofwaardige centrale bank kan dan door het beleid voldoende te versoepelen die onzekerheid doen afnemen doordat de marktpartijen verwachten dat de transmissie van het monetaire beleid naar de reële economie het gewenste effect zal sorteren. Dat geeft het vertrouwen een zetje waardoor huishoudens die het zich kunnen veroorloven meer gaan uitgeven, bedrijven meer gaan investeren, de vraag naar bankkrediet aantrekt enz. Door dat alles neemt de endogene onzekerheid af wat de uitgaven nog een extra impuls geeft.

Anderzijds is er de exogene onzekerheid die niet voortvloeit uit het normale verloop van de bedrijfscyclus, maar het gevolg is van andere factoren zoals geopolitieke gebeurtenissen of het economische beleid. Een voorbeeld van dat laatste zijn de handelsgeschillen die we sinds vorig jaar zien tussen de VS en China. Exogene onzekerheid is een gevolg van specifieke aanjagers (bijv. tactische beslissingen in de internationale handel) die amper afhangen van de cyclische ontwikkelingen. Dat heeft belangrijke gevolgen voor het monetair beleid. Hardnekkige onzekerheid neutraliseert de effecten van renteverlagingen die normaal gesproken het vertrouwen en de uitgaven moeten opkrikken. Wat maakt het immers uit dat de beleidsrente met 25 bp omlaag gaat als de bedrijven en de huishoudens geen idee hebben of de importheffingen nog gaan stijgen of juist zullen dalen omdat er een akkoord uit de bus komt? Dat gaat ook op voor andere bronnen van exogene onzekerheid zoals de brexit. Er zijn dus beleidsbeslissingen nodig die het ondermijnende effect van exogene risico’s op de doeltreffendheid van het monetaire beleid bij de wortels aanpakken en de groeivertraging afremmen.

Exogene versus endogene onzekerheid en monetair beleid