De status van de ‘dots’ van de FOMC-leden hebben de economische prognoses van de medewerkers van de ECB/Eurosysteem mogelijk nog niet bereikt, maar ze zijn wel een erg nuttig instrument voor marktpartijen die het vertrouwen van de ECB in haar vermogen om de inflatie naar haar doelstelling te sturen willen beoordelen. Sinds maart 2014 houden de prognosetabellen ook rekening met de HICP zonder energie, voedsel evenals het effect van wijzigingen in indirecte belastingen op de kerninflatie op de korte termijn.

Een analyse van de prognoses over verschillende tijdshorizonten sinds 2014 leidt tot interessante inzichten. Uit de grafiek blijkt dat de prognose voor de kerninflatie, bij een erg lange tijdshorizon – gewoonlijk circa 3 jaar – ongeacht het economische klimaat op het tijdstip van de prognose doorgaans hoog (1,7-1,8%) en stabiel is. Dit suggereert dat de ECB oordeelt dat haar beleid er op de lange termijn in zal slagen om de inflatie dicht bij haar doel te brengen. Anders gezegd, de inflatieprognoses zijn verankerd.

prognoses van de ECB voor de kerninflatie over verschillende horizonten

Bij de volgende prognoses worden de eerdere bijgesteld en naarmate de horizon van de prognose verkort (van rechts naar links in de grafiek) komt de prognose voor de inflatie lager uit: de rol van de doelstelling van de ECB als anker voor haar inflatieprognoses verzwakt, terwijl de recent hardnekkig lage kerninflatie steeds meer als een magneet fungeert. Naarmate de horizon verkort, duwt de huidige zwakte de inflatieprognoses naar beneden. Dat patroon is sinds 2014 opmerkelijk stabiel gewoon omdat de inflatie, ondanks een agressief monetair beleid en een bbp-groei die al meerdere kwartalen op rij boven het potentieel ligt, op een laag blijf niveau blijft steken. Dit impliceert dat de eerste prognoses de uiteindelijke uitkomst aanzienlijk hebben overschat. Verbazend is dit niet aangezien de eerste prognoses een lange horizon (drie jaar) dekken. Het is dus zeker steekhoudend om van een prognose ter indicatie, veeleer dan een voorspelling te spreken. Het betekent ook dat langetermijnprognoses weinig informatief zijn voor de markt: ze bevestigen gewoon de doelstelling van de ECB en haar vertrouwen dat het gevoerde beleid effect zal sorteren. In dit opzicht geven de systematische prognosefouten, zelfs voor kortere horizonten, stof tot nadenken: het kan betekenen dat we vastzitten in een regime van zwakke inflatie (“de Phillips-curve is dood”) of dat de doeltreffendheid van het monetaire beleid wordt overschat. Beide factoren kunnen de ECB tot meer inschikkelijkheid en voorzichtigheid in haar reactiefunctie aanzetten.