Te oordelen naar de marktreactie was de persconferentie van de ECB-voorzitter deze week niet echt noemenswaardig. De Euro Stoxx 50-aandelenindex schommelde met niet meer dan ongeveer 0,15% en het rendement op de 10-jarige Duitse Bund daalde met om en bij 1 basispunt. Het gebrek aan volatiliteit is geen verrassing. Ten eerste zal het monetair beleid nog lang ongewijzigd blijven en ten tweede blijft de boodschap over de economie voorzichtig. Op de vergadering van december was de beoordeling dat “binnenkomende economische gegevens en onderzoeksinformatie, hoewel ze over het algemeen zwak blijven, wijzen op een zekere stabilisering van de economische groeivertraging in de eurozone”. Nu “[] wijzen binnenkomende economische gegevens en onderzoeksinformatie op een zekere stabilisering in de groeidynamiek van de eurozone, met een groei op korte termijn die wordt verwacht vergelijkbaar te zijn met de groei in vorige kwartalen”. De verandering in de beoordeling is miniem – “hoewel ze over het algemeen zwak blijven” werd geschrapt – maar, belangrijk, er wordt geen groeiherstel verwacht op korte termijn. Bovendien blijven risico’s neerwaarts gericht hoewel ze nu minder uitgesproken zijn door de afnemende handelsonzekerheid. Uiteraard stelt de raad van bestuur op prijs dat “er enkele tekenen van een geringe stijging van de onderliggende inflatie zijn in overeenstemming met de verwachtingen”, hoewel de inflatievooruitzichten gematigd blijven.

Graph ECOW du 24 janvier

Met het monetair beleid dat vastzit in een van staten afhankelijke ‘forward guidance‘-modus en cijfers die maar langzaam bewegen, verschuift de aandacht naar de strategieherziening, die nu formeel is gestart. De omvang ervan is enorm maar strookt met het belang ervan. Een cruciale vraag is of het mandaat, hoewel het beperkt blijft, namelijk prijsstabiliteit bereiken, zal worden geherformuleerd. Een mogelijkheid kan zijn om het uitdrukkelijk symmetrisch te maken. Hiervoor moet het woord ‘onder’ worden geschrapt in de nu welbekende zin “We verwachten dat ze op hun huidige of lagere niveaus blijven tot we de inflatievooruitzichten duidelijk zien convergeren naar een niveau dat voldoende dicht bij, maar onder, 2% ligt”. Een andere mogelijkheid is om een marge te bepalen waarbinnen de inflatie in overeenstemming met de doelstelling zou worden beschouwd. Een dergelijke beweging zou ongetwijfeld een grote impact hebben op de beleidsrenteverwachtingen en de verwachte eerste renteverhoging vervroegen.

Dan is er nog de vraag hoe de centrale bank met klimaatverandering moet omgaan. Het grote aantal vragen over klimaatverandering op de persconferentie heeft deels te maken met de ambitie die de ECB-voorzitter in recente verklaringen en voor het Europees Parlement kenbaar heeft gemaakt. Ze duiden ook op een ongeduld omdat we nu echt wel willen zien hoever de opdracht van de ECB zal gaan: risicobeheersing in de context van financiële stabiliteit of iets ambitieuzer in de context van monetairebeleidsbeslissingen door de relatieve prijsbepaling van financiële activa – groen versus andere – te sturen of zelfs door de kredietstroom te beïnvloeden?