Vrijdagnacht bekeek ik in het vliegtuig “Dan in Real Life” op de nachtvlucht terugkomend van een week Azië. Het is een Amerikaanse film waarin de hoofdacteur, die later verliefd wordt op Juliette Binoche, een weduwnaar is met drie dochters. Aan het begin van de film tankt hij de benzinetank van zijn oude Mercedes vol met de woorden “there goes the college education of my daughters”. Goed gevonden van de scenarist, voor een film die een jaar oud is. Wat zou hij nu zeggen met een benzine die in tal van Amerikaanse staten boven de 4 dollar per gallon noteert? Vorige week dus in Azië. Maandag in Tokyo, dinsdag Hong Kong, woensdag tot vrijdag in Shanghai. Het verschil tussen de drie is frappant. In Tokyo, ondanks het gewriemel van de mensen, blijft alles heel rustig. Hong Kong, super georganiseerd, volgebouwd, super druk, een ode aan het kapitalisme: dure wagens, dure winkels. Shanghai dan. De toekomst. Iedere keer als ik er kom tel ik als het ware hoeveel kantoortorens er nu zijn bijgekomen. Vooruitgang heeft een kostprijs: mijn hotel was in de Jin Mao toren in Pudong, het nieuwe deel van de stad (tot in 1992 was heel dit deel moerasland…). Een prachtig gebouw, 85 verdiepingen, het hotel begint op de 54ste. Het heeft een adembenemend atrium van 30 verdiepingen hoog, net een slakkenhuis. Het zicht naar buiten is zelden adembenemend omwille van de luchtvervuiling. Het milieu wordt trouwens een groot thema in China. Vanaf 1 juni werden de plastic zakjes in de winkels afgeschaft. Dagelijks verbruik: 3 miljard zakjes …

Dé thema’s in China zijn trouwens de aardbeving, de Olympische Spelen en de inflatie, in die volgorde. De impact van de Spelen mag niet onderschat worden. Bedrijfsverantwoordelijken zoals het hoofd van onze joint venture mogen het land niet verlaten en moeten paraat zijn om de orde te behouden. Zelfs wat de beurs betreft is er een olympisch effect en de recente vermindering van de beurstaks moet in dit licht worden gezien: je wil geen Spelen organiseren wanneer terzelfdertijd de bevolking mort omdat de beurs zou dalen.

Inflatie is het economische thema, veel meer dan de groeivertraging, daarvoor draait de binnenlandse vraag te goed. De uitvoer ondervindt tegenwind en het zijn vooral de Chinese KMO’s die in de tang worden gezet: stijgende grondstoffenprijzen, stijgende loonkosten, stijgende kosten i.v.m. milieuvervuiling, terugval van de Amerikaanse vraag, geen mogelijkheid om zijn prijzen op te leggen (prijsnemer en geen prijsmaker).

Ook de binnenlandse vraag zal aan een trager tempo gaan groeien. De voedselprijzen stabiliseren wat in de tweede jaarhelft tot een lagere prijsstijging tegenover het vorige jaar zal leiden. Dit maakt de weg vrij om de benzineprijzen te verhogen en de subsidies aan de petroleumraffinaderijen te verminderen. China volgt daarmee het pad van andere Aziatische landen (Indonesia bijvoorbeeld). Dit is in feite goed nieuws: de oliemarkt kan enkel stabiliseren indien de groei van de vraag vertraagt, in het Westen maar ook in het Oosten. Eens de groeivertraging (veroorzaakt door de inflatie die de koopkracht aantast) duidelijk is zullen winstnemingen hun intrede doen en uitmonden in neerwaartse speculatieve druk op de olie- en meer algemeen de grondstoffenprijzen. 

William De Vijlder
2 juni 2008